Trimmen in het Montferland.

            Als ik vroeger op de zondagmorgen mijn hond bij de bosrand  uitliet, werd ik met een vriendelijk hoofdknikje of een stijlvol afnemen van de hoed door kerkgangers begroet.
Tegenwoordig kan ik het beste een valhelm opzetten.
Kerkgangers kom ik nauwelijks nog meer tegen.
Zij nemen een omweg, want net als ik zijn zij, als zij de wandelpaden volgen, hun leven niet meer zeker.
Hijgende, zwetende en purpelpaars aangelopen mensachtige wezens op sportschoenen springen, met de blik op oneindig, uit alle struiken en zijpaadjes te voorschijn.
Ik moet in het bos mijn hond aangelijnd houden, maar zij mogen los.
Ze jagen de fazanten en konijnen weg, vermorzelen de aanplant en draven mij zonder excuus omver.
Ze vormen een bedreiging voor milieu en samenleving, maar mogen ongestoord hun gang gaan.
Deze lieden heten trimmers.
Uitgerekend op die ene ochtend dat zij niet in de file hoeven te staan leggen zij hun kilometers rennend af.
Aan het begrip “” zondagse pak”” geven zij een bizarre uitleg.
Ongeacht hun geslacht, leeftijd postuur en kapsel dragen zij niets verhullende maillots, nylon jacks en haardbanden.
De kleurencombinaties die zij daarbij tonen zouden menige kunstschilder  te ver gaan.
De techniek waarmee zij zich voorbewegen doet iedere bewegingstherapeut schreien.
Zij doen dit om fit te zijn, naar het schijnt.
Maar ik heb zo mijn twijfels.
Is hier geen sprake van een abnormaal doodsverlangen?
Zouden zij zich, daar in het diepe bos, niet het liefst gewoon tegen een dikke boom aan willen leggen?
Of zijn ze gewoon op de vlucht voor de waarheid over hun huwelijk?
Gisteren was het jaarlijkse hoogte – c.q. dieptepunt.
De regio waar ik woon is in deze periode van het jaar heerlijk ingedut, maar wordt op deze herfts dag altijd meedogenloos wakker geschud.
De Montferland run  stond op het programma.
Een vreselijke walm van transpiratie en massage olie verspreidde zich reeds bij het ochtendgloren over het bosgebied en doodde alle vegetatie.

           De start was om half elf, maar al om tien uur waren de toegangswegen geblokkeerd en de parkeerplaatsen overvol.
De ambulances stonden klaar, de afdelingen intensive care van de omringende ziekenhuizen waren op alles voorbereid.

           Trimmend Nederland had zich naar “”het Montferland”” gespoed om aan de gezondheid te werken.
Ze kwamen vlak achter mijn huis langs, duizend mannen en vrouwen.
Een record alweer en voor volgend jaar worden er nog meer verwacht.
Samen met mijn hond zag ik de stoet kreunend en steunend aan mij voorbij trekken.
Er waren op die plek vier van vijftien kilometers afgelegd, maar het veld lag reeds drie kwartier uit elkaar.
De allerlaatste was een dikke man, wiens bloeddruk ik niet eens had durven meten.
Hij hinkte, hijgde, zweette en spuugde.
Twee EHBO, ers liepen bezorgd op hem af. Maar hij schudde zijn hoofd.
Ik heb niet voor niets het hele jaar getraind, lispelde hij.
Ik was eerder thuis dan hij en ik voel mij nog steeds opmerkelijk fit.

gert arentz.

 geplubliceerd op 18 oktober 2010