Kampioen, dat wel.

 

Voorjaar, de eerste vlinders in je tuin en buik.
De training neemt toe, evenals het verval van huis en tuin.
Alleen je fiets verkeert in prima staat, dat wel.
Onzichtbaar trekt het voorjaar  aan je voorbij.

Eindelijk nadert eerste wedstrijd. Je gaat te vroeg naar bed, valt eindelijk na uren in slaap….

De wedstrijd  begint.. Je wet-suit blijkt gejat, zwembrilletje in tweeen, lekke band. Zwetend schrik je weer wakker.

Je staat op, gaat stil naar beneden. De  hond kijkt nog niet eens op.
Je pakt de avond van te voren klaargezette spullen en verdwijnt.
Onderweg beginnen je zenuwen de ingewanden geleidelijke de baas te worden.

 Moe bereik je de plaats van bestemming. Gespannen bereid je jezelf voor op de wedstrijd.

Dan valt het startschot!!

De spanning valt weg en je verandert plotseling in een nietsontziende egoist, een verscheurend monster, die zich een weg baant door het water, rake klappen uitdelend.

Eenmaal uit het water begint het schelden op publiek en vrijwilligers die je niet snel genoeg de weg wijzen omdat je zelf de pijlen en  borden niet eens ziet.

Supporters roepen je naam, maar je hoort of ziet niks.

Het fietsparcours blijkt slecht  beveiligd. Met witte knokkels en ingehouden adem steek je in volle vaart die onoverzichtelijke kruising over.
Je bedreigt je tegenstander die wil gaan stayeren.
Desnoods wordt dit dreigement me de fietspomp kracht bijgezet.

Dan ga je lopen. Weer mis je alle supporters, de volgende keer zullen ze er dan ook niet meer zijn.
Je loopt je de sterren voor je ogen, kijkt amper verder dan je neus lang is.

Winnen is niet genoeg, de totale nederlaag van je tegenstander, dat telt!

Langzaam glijden de minuten en kilometers voorbij.
Dan eindelijk is daar de finisch. Je wint.
Je bent zo blij als een varken in de modder, dat wel.

 

Na enige tijd wordt je weer mens en je tegenstander van net is nu je vriend.
Je liegt hem voor dat je amper hebt getraind. Hij lacht, want hij weet wel beter.

Het aantal vergaarde punten wordt hoger en hoger evenals het gras in je tuin.
Je moet nu al bij de brievenbus van de fiets omdat het tuinpad onbegaanbaar is en op een helder moment vraag je je af of je hier wel woont, maar je wordt kampioen dat wel, Er spelen kinderen verstoppertje op het gazon.
Welke waren de jouwe ook al weer?

Je vrouw stelt je voor de keus, een sport, je kiest voor Triathlon!

 

Na de laatste wedstrijd is het dan zover, je bent kampioen.
Chronisch moe  kom je thuis en hebt behoefte aan rust.
Moeizaam druk je de voordeur open.
Op de mat ligt tussen uitslagenlijsten en aanmaningen van de rijwielhandelaar een brief van de advocaat van je vrouw.

In huis heerst rust, dat wel.

De helft van de inboedel blijkt weg, alleen je oude stoel, uitgebeten door zweet en rijp voor de kraak staat er nog.

Langzaam dringt het tot je door…… je bent alleen, iedereen heeft je verlaten.

 

Maar je bent kampioen, dat wel!

 

APW

Gepubliceerd 01-08-2008  door Gert Arentz