Even in Apeldoorn rennen.

De midwintermarathon vanaf de kant gezien op  01-02-1992.

Nadat ik reeds om dezelfde reden de halve marathon van Egmond had moeten laten schieten, moest ik nu de Midwintermarathon noodgedwongen als gevolg van een hardnekkige verkoudheid, voor het 2e achtereenvolgende jaar als toeschouwer gade slaan.
Dat terwijl ik mij nog wel erg gemotiveerd had voorbereid op het langere loopwerk, te weten de Asselronde van 27,8 km.


Als supporter en begeleider van broerlief en een oude clubmaat van de wielerclub die inmiddels door het loopvirus is besmet, werd op een mistige en koude zaterdagochtend koers gezet naar Apeldoorn.

De vrijwilligers die het verkeer in goede banen moesten leiden werden met veel branie op het verkeerde been gezet door hen voor te houden wat wij aan de Marathon mee deden en dus het recht claimden op een parkeerplaats op de Willem 3 kazerne.
Dat wij daardoor ook koffie met sprits voor € 1,25 ( lees gulden) in de kantine konden nuttigen was een plezierige bijkomstigheid ( je blijft Hollander nietwaar)

Zo vertoevend tussen de “” grote”” jongens valt het je op hoe verschillend de deelnemers zich voor bereiden. De een zit gelaten te wachten op de dingen die komen gaan terwijl een ander zenuwachtig heen en weer drentelt, nog eens kijkt of zijn nummer wel goed zit en weer een ander voor de derde keer naar de W.C. gaat of een of ander duister drankje tot zich neemt.

Zelfs een blinde kan een ruimte herkennen waar lopers zich voorbereiden op de start van een wedstrijd. Vooral als je in de buurt van een toilet komt. Een toilet juffrouw zou er een aardige snabbel aan hebben gehad.
De tafels liggen bezaaid met aankondigingen van wedstrijden, de een nog mooier en beter dan de ander.
Als je ze allemaal wilt lopen kun je wel stoppen met werken.

Ook de aanloop naar de start is voor psychologen: je ziet de meest vreemde figuren in de kleurrijkste uitmonsteringen.
Zelfs de keurigste heren die doordeweeks keurig in 3- delig kostuum op kantoor verschijnen, kleden zich voor deze gelegenheid in een snelle kleurrijke tight met daarboven liefst een shirt van de Marathon New York of de Triathlon in Almere, om vervolgens de 18,6 km in een kleine 2 uur af te leggen.
Leeftijd speelt daarbij geen enkele rol.
Behalve de uitmonstering is ook de wijze van voorbereiding een hoofdstuk apart. Als je als nietsvermoedende wandelaar plotseling verzeild raakt in een meute hardlopers die zich voorbereiden op een wedstrijd, waan je je in een andere wereld, tussen mensen die een middag vrij hebben van de inrichting waarin zij normaal vertoeven.
Dat springt, draait, maakt vreemde bewegingen, holt vooruit, achteruit, zijwaarts met al dan of niet met opgetrokken knieën of probeert via zelfkastijding het eigen achterwerk in elkaar te schoppen.
Daarbij ontstaat het idee dat men er alles aan doet om zich te blesseren om vooral niet te hoeven lopen.
Al doende komt langzaam het startdoek in zicht, alwaar zij zich een half uur voor de start in weer en wind gehuld in plastic vuilniszakken als makke schapen in een soort kooi laten stoppen, zich aldus verzekerend van een goede uitgangspositie, daarbij de meest elementaire beleefdheidvormen uit het oog verliezend als een onverlaat het waagt om voor te kruipen.

Aan de kop van deze meute stellen de gevestigde namen zich op, waarbij zelfs zij niet de discipline kunnen opbrengen om onder het startdoek te gaan staan, maar liefst een paar meter ervoor.
Elke seconde telt nietwaar?

 klik op de  foto voor een vergroting

Om precies twaalf uur valt het startschot, waarna de massa zich in beweging zet.
Als de eerste lopers het 500 meter punt zijn gepasseerd komt de laatste deelnemer 2 minuten na het vallen van het startschot onder het doek door om aan zijn martelgang te beginnen.
Het voordeel van de slow starters is dat zij zich niet hoeven te mengen in het getrek en geduw dat een start van een zo massaal evenement kenmerkt in de eerste 2 kilometer.

Het is voor de deelnemers lang niet altijd een pretje, zeker niet voor hen die ver na de winnaar volledig uitgewoond over de finish komen of na 27,8 km met de moed der wanhoop aan de laatste ronde van 13,3 km van de Marathon beginnen terwijl het beste erop dat moment al lang is.

Maar wat te denken van de trouwe supporters, meest echtgenoten van de lopers, die vergezeld van al dan niet jengelende kinderen die er niets van begrijpen waarom hun vader nu uitgerekend met zo een klere weer in Apeldoorn moet gaan rennen terwijl hij dat net zo goed thuis kan doen, 3 tot 5 uur het finish parcours omzomen in afwachting van hun held.

Naarmate diens terugkeer alsmaar langer gaat duren, zie je hen met de minuut ongeruster en kwader worden, om vervolgens vreugdekreten van bewondering te slaken als zij hem in de verte ontwaren.
Alle leed is dan snel geleden en ze geniet al van het moment dat ze vol trots aan vrienden en kennissen de grote prestatie van manlief kenbaar kan maken.

De kantines van de sportverenigingen in de omgeving van start en finish doen goede zaken en beconcurreren elkaar om het hardst waar het gaat om klandizie te krijgen voor hun erwtensoep, koffie en broodjes en andere lekkernijen.
Wie er ook wint op deze middag, de penningmeesters van de betreffende sportverenigingen behoren zeker niet bij de verliezers.

Dit alles zat ik rustig te overdenken in de kantine van de jeugdherberg waar ik mijn heil gezocht had na de start van de 18,6 km en onder het genot van een kop warme chocolade en appelgebak met slagroom rustig mijn krantje zat te lezen.
Zo een middagje Apeldoorn is zo slecht nog niet.

Omdat ik toch wou zien wat mijn loopmaatjes en niet te vergeten Triathliemers er van afbrachten, ben ik op een strategisch punt 1,5 km voor de finish gaan staan.
Nadat Marty ten Kate, die even Apeldoorn had gedaan, met in zijn kielzog Cor Lambrechts waren gepasseerd kwam er een tijdje niets.
Vervolgens kwamen er kleine groepjes waarin onder andere Eimert Venderbosch die soepeltjes lopend op een 25e plaats passeerde.

Vergeleken bij de loopstijl van een groot aantal lopers is het een verademing om Eimert te zien lopen, ik denk dat ik toch maar beter op moet letten op de training van bij Eimert werpen de oefeningen zeker vrucht af ( en een mens is immers nooit te oud om te leren)

Ook Harry Derksen en Rob Keuben passeerden ontspannen ogend binnen een zeer acceptabele tijd het 17 km punt en zullen hun P.R. wel weer scherper gesteld hebben.
Gerry Scheerder volgde vlak acht dit duo.

In afwachting van de finish van de Marathon en de Asselronde heb ik me daarna geposteerd bij de radio verslaggever van de lokale radio omroep Apeldoorn, die net de snelste Apeldoorner op de Asselronde ( 14 minuten na winnaar Bert van Vlaanderen ) interviewde.
De man bleek net zoveel verstand van hardlopen te hebben als ik van diepzeeduiken, zoveel onzin als hij uitkraamde.

Via de radiowagen die aan de lopers voorafging kon ik het verloop van de strijd op de Marathon volgen, daarbij bleek dat Geert Visser uit Groessen het erg goed deed en een uistekende kans op de eindzege maakte.
Helaas werd hij op het laatste stuk door een Tsjech voorbij gelopen.
Zijn eindtijd van 2.20 uur mocht er zeker zijn en Geert was er getuige zijn gebaar bij het passeren van de finish erg blij mee.

Wie ook blij mochten zijn met hun tijd waren Gert Arentz en zijn beide vrouwelijke secondanten Ans Wiendels ( wie anders) en Diny Luiking, die de Asselronde liepen als voorbereiding op het grotere werk in Rotterdam op 5 april a.s. en onder hun schema doken door respectievelijk te finishen in 2.07 uur en 2.16 uur, daarbij een zeer ontspannen indruk achterlatend.

Minder goed verging het Richard Huisman die in Apeldoorn zijn eerste Marathon liep en waarschijnlijk het eerste gedeelte te voorvarend van start ging en daarvoor op het eind de tol moest betalen, waardoor hij ver boven zijn gestelde eindtijd het finishdoek passeerde.
Niettemin een prestatie om trots op te zijn.
Hij weet waarschijnlijk waar het verkeerd is gegaan en zal daar zeker lering uit trekken ij een volgende gelegenheid.


Al met al is het leerzaam dagje geworden daar in Apeldoorn, al kan ik nog steeds geen antwoord geven op de vraag die ik mij voortdurend gesteld heb: wat vinden de deelnemers en niet te vergeten ikzelf er nu leuk aan!!!!!

Niettemin hoop ik volgend jaar weer van de partij te zijn, ongeacht op welke afstand.

Bovenstaande is in 1992 geschreven voor ons clubblad door Ruud Luinge.

Nu op 18-10-2010 alsnog gepubliceerd door Gert Arentz.