Hoe ziet mijn eigen toekomst scenario eruit?.

 

We schrijven het jaar 2044.

Ik lig op de slaapzaal waar nog 125 mensen liggen, op mijn bed wakker te worden, en droom dat ik met mijn 97 jaar, gezond en wel nog steeds op deze aarde ben.

 

Ik woon in een leefgemeenschap, het is een soort ouden van dagen fabriek waar ik letterlijk en figuurlijk wordt beheerd. Mijn leeftijd is op dit moment 97 jaar.

De organisatie van het bedrijf “ Het laatste avondmaal ” zit met mij in zijn maag. Waarom eigenlijk, ik ben nooit opstandig en pas mij overal bij aan.

Maar de werkelijkheid is dat ik al te lang op deze wereld ben. Het omslagpunt van opbrengsten en uitgaven ben ik al te ver overheen, en dan zitten ze met je in de maag.

Dat is ook de reden dat ik een badge met de kleurcode rood draag, dit betekent overcompleet.

Mijn elektrische rolstoel is mijn levenslijn, als ik dit niet meer heb of kan bedienen, dan leggen ze mij op een soort schap aan de muur.

Tenminste dat zie ik om mij heen gebeuren. Af en toe krijg je een geruststellende tikkie op de schouder en na op een monitor aangesloten te zijn geweest, kun je er weer een week tegen.

Ik heb een rolstoel met ingebouwde televisie, ik kan met mijn kinderen chatten via het toetsenbord op het stuur. Ik ben van alle kanten op de hele buitenwereld aangesloten.

Door een persoonlijk kenteken op mijn rolstoel en een vergelijkende tatoe op mijn rug ( ik roep altijd dat ik een rugnummer heb) wordt ik van afstand computergestuurd gedirigeerd en eventueel geholpen.

Als ik te ver van de afdeling ben begint alles te rinkelen en ga ik automatisch weer terug.

Mijn eten wordt met de post gebracht, ik hoef alleen nog maar mijn vingerafdruk te geven.

Als ik het op heb dan mikker ik alles in de aanhangwagen van mijn rolstoel, het mag want ik rij dan zelf langs de keuken om het te dumpen.

Langzaam denk ik aan morgen als ik jarig word. 98 jaar en wie zouden er allemaal komen.

Mijn kleinkinderen zeker niet, die zijn aan het trainen voor de volledige hele Triathlon van de olympische spelen in Bagdad.

Broers en zusters heb ik niet meer, ze zijn mij allemaal voorgegaan. Ik kan er met niemand over praten niemand kent ze meer.

Mijn kleding bestaat uit een soort van wegwerp overal, alleen heb ik in de weekeinden een andere kleur van overal aan. Aan de voorkant staat mijn registratie nummer en de kleur code.

Mijn kleur code is dus Rood. En dat ziet er niet best uit. Dat betekent dat ik niets meer opbreng en een te dure kostenpost ben geworden.

Mijn kinderen hebben in het verleden het laatste vermogen van mij opgemaakt, en hopen nu in het hiernamaals dat ik toch wel verzorgd wordt.

De invulling van de dag bestaat uit een soort T.V. kijken, ik kan via de t.v alles zien wat er in de stad gebeurd. Af en toe kijk ik naar mijn clubje FEYENOORD dat momenteel in de eerste divisie speelt. Ja, ook hier gaat het niet best mee.

Behalve de slaapzaal heb ik ook een Privé piepklein kamertje van 3x 2 meter. Aan de wand hangt, nog steeds mijn race fiets, deze gaat straks naar een museum. Het is een van de laatste op gebied van ketting aandrijving. Maar ik ben gehecht aan dit karretje, en ik vertel niemand waarom!

Mijn trofeeën zijn in beslag genomen, volgens mij zijn ze gewoon weggemikkert. Er wordt immers niet afgestoft in de kamers, door middel van een druk op de knop van de computer, komt er een windhoos en alles is weer kunstmatig schoon en fris.

Op financieel gebied heb ik niets meer te zeggen, mijn kleinkinderen maken vanaf hun eigen bureau de onkosten en rekeningen over die ik maak. Zelf hoef ik alleen maar mijn vingerafdruk op een pasje te tonen.

Mijn woonsituatie is niet slecht, een tweepersoons bed waar ik gasten in mag ontvangen, en waar ik af en toe dwars kan liggen. ( letterlijk en figuurlijk.)

Maar er is geen enkele privacy, bang dat wij ouderen nog kunsten gaan vertonen!

Immers het is een grote zaal waar een robot je uit de rolstoel helpt, en je door hem op bed word getakeld.

Het bed is aangesloten op een automatisch toilet/riool en niemand hoef ik lastig te vallen.

Een maal per week als ik nodig gewassen dien te worden, wordt ik door de leiding geheel ontbloot in een mobiel karretje in de rails gezet en word ik door de vrijwilligers de wasstraat in gedreven.

Nadien is er een automatische gezondheid check. Ze steken je een slang in je mond en nadien in je kond, en de computer doet zijn werk.

 

Via een standaard speel ik op mijn Muziekinstrument obscene strijdliederen uit de vorige eeuw, ik hoef er alleen maar achter te gaan zitten en op de knoppen te drukken.

Als het maar in mijn eigen kamertje is anders verstoor ik de orde en de rust in het gebouw.

Potloden bestaan niet meer, alles gaat elektronisch. Zelfs stiekem eten is er niet meer bij.

Mijn kleinkinderen hebben ooit voor mijn verjaardag de holle buizen van mijn fiets vol laten lopen met jenever. Van de lucht die dit te weegt brengt, heb ik genoeg aan om van te kunnen slapen. Nu hoop ik dat ze ook de Airbag van mijn rolstoel willen injecteren met de jenever!

Buiten de gezette tijden werken de voedsel voorzieningen niet, en Chagrijnige verpleegsters zorgen er voor dat je niet aan de apparatuur knoeit.

Ik wil nog een keer naar het bos “” het montvoltant”” waar ik vroeger veel gelopen heb, maar niemand weet meer waar ik het over heb.Ik ben een eenling geworden en het bedrijf “” het laatste avondmaal “”wacht tot ik de geest geef.

Mijn enige angst is dat mijn kleinkinderen niet meer betalen, dan worden mijn privileges ingetrokken en ga ik ook naar het schap aan de muur, en kan ik wachten tot ik het begeef.

 

 

Een oud Triathleet.