Jeugd ervaringen.

Het voordeel van een groot gezin achteraf is dat, de herinneringen vaak naar boven worden gehaald. Veel al op verjaardagen etc.  
Het is of het wil zeggen van ”” Bewaar het verhaal.””

Nu vooruit dan!

Opgroeien in een woelige tijd na de 2e wereldoorlog geeft veel stof van schrijven. Op menige verjaardagen komen de verhalen uit de lucht vallen.

Er was bittere armoede, maar als kind had je dit gelukkig niet door.
Ik ging naar de toenmalige bewaarschool in de hoofdstraat van Terborg.
Van zuster Oda met haar rare kap op het hoofd, kreeg ik met regelmaat een snee brood met een plak koek erop. 
Later denk je van  zou ik zo mager geweest zijn?  Of  zou ik zo  hongerig  gekeken hebben ?

Ook Juffrouw Fien zie ik nog zo voor mij staan.

De tegenwoordige Ukkepuk. de zij ingang van de toenmalige bewaarschool.

Niet meer voor te stellen dat je als 5 jarig kind alleen in je  uppie naar school ging, en ook alleen weer naar huis ging.
Het was in de tijd dat er nog een rokende en stinkende spoorlijn langs de Silvoldseweg reed. 
Alleen Bruur Theo durfde achter op de tram te springen , maar de kans dat hij op het matje moest komen thuis, was vrij groot!
Als we iemand konden verraden dan was dat mooi meegenomen.
Op advies  van een van mijn broers schold ik Salomon Spier de broer van Jacob  (Hij loopt mank en de  enigste Joodse familie in Terborg ) uit voor “”manke”” of woorden van die strekking.
Ik heb nadat ik verraden ben door  een van mijn zusjes, mijn achterwerk nog nooit zo blauw gehad van de gummie gasslang!
Met Jacob was het beter om geen omgang mee te hebben.
We mogzen van ons moeder geen pepermuntjes van hem aanpakken!
Van de Pedo praktijken die met hem in verband zijn gebracht, hebben we geen kaas van gegeten.

In de Hoofdstraat is de trein of de Sick zoals deze genoemd is al opgeheven, maar ik weet nog wel dat ik in de zandhopen van het verwijderen van deze rails, naar school ging. Maar wel langs de etalage van pupke Eggink lopen!
Zaterdag is het wasdag en alle kinderen gaan een voor een in “” De Teil “” 
De laatste in de regel de jongste, hij zal er vies en goor uitgezien hebben,  gezien de conditie van  het badwater.
In betere tijden gaan  we naar het  badhuis aan de Silvoldseweg naast cafe jansen.

Onder het wassen in de keuken, klopte Pierre Smeets eens op de deur voor  het uitreiken van het armenzakje van de kerk!
Naar die zelfde kerk ga je zonder te eten naar toe, je moet immers nuchter zijn om de heilige communie te ontvangen!
In de zomer moeten we werken op het land van Opa Kuiper in Silvolde.
Dat is dan ook de enige keer dat je de hele familie bij elkaar ziet.
Alle neven en nichten zelfs uit Arnhem, helpen dan  met het binnenhalen van de oogst.
Ook kun je  er dan gezamenlijk eten op de  boerderij.
Op de zondag mag je dan lekker ravotten bij de melkfabriek in Silvolde.
Die transport rails voor de bussen met al die rollen, kun je lekker op balanceren.
Met mijn vader mag ik mee voorop de bakfiets om het graf aan te leggen van mijn Oma  aan de Prins Bernhardstraat in Silvolde.
Het verdriet dat er ongetwijfeld is, gaat compleet aan je voorbij.

De St. Joris school staat aan de Walstraat,  aan de rechterzijde waar nu een supermarkt staat, had Rengelink een schildersbedrijf.
Aan de linkerzijde staat de toenmalige Jeugdherberg die in de sloopwoede van de jaren ,60 moet wijken voor de z.g. vooruitgang.

Het begint met juffrouw Leizer die aan de Hoofdstraat woont, en ik heb  alleen maar goede herinneringen aan haar.   
De 2e klas is van juffrouw Witjes die altijd met de GTW bus komt. Ook hier niets dan lof.

Maar dan begint de ellende:  Je wordt verstandiger, je  ziet de wereld om je heen  en het besef dat je bij de arme tak hoort, begint aan je te knagen.     

De lagere school   De huidige St jorisschool.

Met duidelijk een minderwaardigheidscomplex,  en met  een korte broek en mijn gebreide lange kousen sta ik voor de etalage van fietsenmaker Berkelder  omdat ik het schoolplein aan de Walstraat niet opdurf.  
En dit allemaal voor de 3e en de 4e klas  van Meester Steverink.

De beste man bezit de kunst, om mij een echte jeugd trauma te bezorgen.  

Ik krijg heel veel klappen omdat ik te veel lawaai maak met mijn klompen op de granieten vloeren van de gang.
Immers, ik heb geen schoenen zoals de rest van de klas.

Mijn broer Willem heeft een bijbaantje bij de winkel van Oosterbaan ( een Jamin winkeltje )
Al snel ga ik als assistent mee, en na schooltijd kunnen we dan aan de achterzijde van de winkel die ook aan de Walstraat ligt allerlei blikken sorteren.
Elk blik moet gecontroleerd worden op resten van koekjes, en het is duidelijk dat dit een van de hoogtepunten is als er weer wat gevonden word.
De lege blikken moeten gesorteerd en met touw gebonden worden.  En ook hier krijgen we af en toe een boterham!
Van geld of vergoeding heb ik  volgens mij nooit iets van gemerkt! Iemand zal er best beter van geworden zijn maar ik niet!

In deze tijds periode krijgt mijn moeder het advies van de schoolarts om mij naar Mooi Gaasterland in Friesland te sturen, om aan te sterken. Ik woog 30 kg en schijnbaar is dit te weinig voor mij.
Met het middageten gaat de bakoven van de kachel open, en achter een stapel pannen heeft mijn moeder dan een stukje worst voor mij verstopt!
Dat betekent dus dat je niet elke dag vlees kreeg zo als heden ten dagen!  
Ik kan mij ook voorstellen dat ze bang is dat ons vader alles opeet!

Als wij als kinderen naar school gaan langs de Silvoldseweg komen we eerst langs visboer Wensink, dan langs slager Salemink en daarna ( cafe Flora ) dikke toon bier. Het cafe dat van de familie Jansen is.
Bij visboer Wensink ga ik met regelmaat een leeg flesje en altijd op de zondag de maggi halen, bij slager Salemink voor een gulden vet spek of een pak reuzel en bij Dikke toon alleen mijn vader!
Met buur Wim gaan we samen naar slager Wieckerman in de Hoofdstraat een emmer met een raar goedje halen, hier word dan de balkenbrij van gemaakt en samen met een volle emmer weer naar huis.
We krijgen steevast een snee brood in de keuken als ik mijn gezicht in de winkel laat zien!


Het was een tijd dat er geen geld is, om voor de winter voorraad kolen te zorgen.
Als het dan ook nog koud is in huis, ga ik meerdere malen antraciet kolen stelen bij buurman en tevens leverancier Wissink. 
Ik stopt ze dan in mijn broekzak en kom er zo de kamer mee in rennen. 
Maar deze liggen te dicht bij hun woning dus voor het gevoel te gevaarlijk.
Welke moeder doet dit geen pijn als je kinderen op eigen houtje kolen gaan organiseren.    
Soms neem ik briketten mee, met deze kun je sneller weer weg rennen en liggen ook dichter bij ons eigen huis.
Maar als er weer geld in de kas is dan halen we de kolen bij kolenboer Eenink in het nauwe straatje naar de fabriek van Kaak, met aan de overzijde van de spoorlijn de woning van  Wolfsheumer! 
Als je naar bed gaat dan zorg je er voor dat er een baksteen is die je voorverwarmt op het fornuis.
Deze verpakken we dan in krantenpapier en leggen deze aan het voeteneind van het bed.
Het vriest dan binnen net zo hard als buiten, maar met een rode "" gestikte deken"" lig je strak van het gewicht verpakt.

Op latere leeftijd krijg je dan  de taak om eerst kachelhout te maken en dit klaar te leggen naast het fornuis.
Met enige regelmaat stropen we dan de Paasberg af in de hoop aanmaakhout te vinden. Anders mag je niet naar bed! 
Als je  smorgens als eerste op bent dan heb  je natuurlijk ook de plicht om de kachel aan te maken. 
Warm water is er wel, met een kwartje in de gasmeter kun je de hele week de geiser laten branden.
Hoe vaak moeten we ons moeder niet wakker maken dat we een kwartje moesten hebben!
Waar we als kind het warme water voor nodig hebben begrijp ik nog steeds niet.
Immers er word echt niet gedoucht al zou je het willen dan gebeurde het nog niet! er was maar een kraan per woning en die zit boven het aanrecht in de keuken.

De melkboer Immink uit Silvolde komt met paard en wagen de melk brengen. Met een pan ga je naar de kar om deze te laten vullen.
Met een trappende beweging zorgt het zwarte paard ervoor dat je het wel uit je hoofd haalt om het nog eens te plagen!
Langs de route naar school staat ook altijd de groenteboer met zijn paard en wagen.
Hier is het vaak moeilijk om een sinasappel te stelen, maar de aanhouder wint!

In de voorjaar vakantie gaan de aardappels in de kelder flink aan het “” kienen"". (uitlopen)
Deze aardappels gaan via de zijkant van het huis het kelderraam binnen en worden gekocht per mud.
In deze kelder liggen ook onder de trap de dalia knollen die in het voorjaar weer de tuingrond ingaan.
Moeder geeft ons dan de opdracht om alle aardappels te ontdoen van de uitlopers en met zijn drieen in de kelder is het wel eens feest!

Zo zit je dan de hele dag aardappels schoon te maken. 
De rotte moeten er tussen uit, maar daar maakten we  complete wandschilderijen van door ze van afstand tegen de wit gekalkte  muur te gooien.  
Toch een leuke manier om de tijd te doden.

Als je nog niet genoeg van aardappelen heb mag je in de lange zomer vakantie voor 1 cent per strekkende meter aardappelen oprapen die net gerooid zijn. Dit deden we bij Hammink in Nieuwdorp. Samen met mijn jeugdvriend Marcel Smeets hadden we zo een extra zak centje.

Als iedereen thuis is dan heb je wel eens de pech dat je door gebrek aan stoelen, op de grond moet zitten met het bord op je schoot.  
Mijn zusje Trees gaat dan per ongeluk in mijn stamppot  zitten, en het dringt niet tot je door dat er iemand met de  vuile onderbroek in je eten heeft gezeten.
Als een van de meisjes ongesteld is, vragen wij jongens ons af wie er nu weer een bloedneus heeft.
De getuigenissen liggen vaak in de overvolle slaapkamers of achter een van de  knieschotten.    We begrijpen er maar niets van.

Ergens in deze levensfase gaan mijn ouders speculeren om naar Australië te emigreren. Dat vertel jedan trots op het speelplein.
Het moge duidelijk zijn dat dit uit pure armoede is gebeurd!

Eenmaal per jaar gaan we met de fiets naar Arnhem, meestal met  Hemelvaartsdag.
Als jongste van het stel kan ik dit natuurlijk nooit volhouden.
Op de terugweg gaan we in Zeddam  bij een veel te luxe restaurant de banden oppompen en nog een laatste glas ranja drinken om het zakgeld op te maken.

In de schoolvakantie gaan we dan met de GTW bus naar Arnhem. Hier woont in de Steenstraat naast de visboer tante Zus, en bij het begrip Spijkerstraat gaat nog geen enkel lampje branden.
We vinden het alleen maar spannend. Lekker samen de markt bezoeken. 
Op het hoogtepunt van de vakantie is er dan  ook een een bezoek aan Burgers dierenpark gepland. 
Hier zit iedereen naar mij te zoeken omdat ik in de mensen massa het hazenpad kies.  
Het grote aantal kinderen is natuurlijk niet te bewaken en bij de Olifanten ben ik dan ook verdwenen en weg ben ik.
Het paniek gehalte hoor ik later als ik weer gevonden ben.

Ondertussen kom ik in de 5e klas deze is van meester te Dorsthorst wonende
aan de Industrieweg, en dat is niet verkeerd.

Wel krijg ik vaak straf omdat ik te laat op school kom.
Mijn Zusje Trees wil weer eens niet eten , en op het laatste moment mag ik dan naar school.
Trees is nog  te klein voor de straf en word dan ook gespaard, maar zelf krijg ik dan weer op mijn donder!
Terwijl ik er niets aan kan doen.

De 6e klas is van een bijzondere maar oudere man,meester Gruzon komt elke dag met
de fiets uit Ulft.

Als hij aan komt  fietsen dan staan  wij klaar om de fiets vast te houden, anders valt de beste man er vanaf. 
Later als ik naar de L.T.S. in Ulft ga kom ik hem op de fietsbrug het ""melkvonder"" tegen, en nog steeds is hij nieuwsgierig hoe het op school gaat.      

Groot respect en een fantastische leraar.  Het is de tijd van Jeroen Obbink met zijn vechtcapaciteiten die de meester aanvalt.
Vechtpartijen voor de klas, heerlijk om te onthouden! Zijn bijnaam is Tarzan, bij velen in die tijd bekend.

Wat te denken van meester crimineel Jantje Kraaienbrink.
Achter in de klas zit Toon Berendsen in de lessenaar stoel. Hij is  zo vaak blijven zitten dat hij niet meer in de banken past!

Jammer vind ik nog steeds dat ik geen voorbereiding krijg op de Mulo! Mijn ouders vinden ) lees mijn moeder ' het niet nodig,  of zal het te duur geweest zijn? 
Ongetwijfeld spelen de cijfer resultaten van mijn voorgangers mee.
De vrije uren gaan op aan allerlei vormen van spelen zoals dat toen gebruikelijk is.

Zelf gemaakte Vliegers oplaten, op de gemaaide roggevelden tussen Terborg en Silvolde.
De wigwam tenten van de ingebonden rogge staan nog op mijn netvlies. Hier kun je in schuilen en je in verstoppen. 
Wij als kinderen zijn bevoorrecht de Paasberg onder handbereik te hebb
en. 

De verhalen gaan de ronde dat een van de 8 kinderen in de kinderwagen naar beneden is geduwd.
Het is niet meer te achterhalen wie van ons dit overkomen is. Misschien dat op het geestelijke vlak meer kans van slagen is voor nader onderzoek.
Wij hebben  soms wel eens het geluk dat we naar de Bioscoop aan het St. Jorisplein in Terborg gaan, deze heeft  nog een steenkool kachel in de ruimte staan. 
Deze voormalige bioscoop ( v/d Hoogte ) was gevestigd boven de huidige chinees aan het st. Jorisplein.

We gaan met elkaar naar de speeltuin van Tropisch Oosten in Silvolde te voet wel te verstaan. In de grond zit een berenkuil  met twee beren erin. 
De apen de vogels en het geld voor een ijsje zijn herinneringen. 
In de tegenwoordige tijd leggen we nooit meer dit soort afstanden  af te voet! 

Het Tropisch Oosten  Briefkaart uit het verleden.

Op de terug weg rolde Mimi zich over de weg met de  mededeling dat ze niet goed bij haar hoofd was!  In de verte komt een GTW bus aan en het kan natuurlijk dat dit Oom Theo is. Uiteraard zullen we het geintje thuis tegen ons moeder vertellen.
Later gaan we naar Oer, of te wel Ulft bij de hoge fietsbrug, hier  kost de speeltuin 5 cent en deze ligt aan de Silvoldse zijde van de oude Ijssel vlakbij de fietsbrug van het melkvonder.
Later zal dit de plek zijn van de toenmalige voetbalvelden van Ulftse Boys.

Op  de zondag middag nemen mijn oudste broers en zuster mij mee naar het Slotermeer in Etten om te zwemmen. 
Ik hed nog nooit zoveel water gezien, en prompt wordt  ik door onbekenden uit het water gered om dat ik kopje onder ga zonder dat ik kan zwemmen!  
Maar dit voorval komt natuurlijk thuis nooit op de tafel terecht.
Ook kwam ik wel eens op het spoorstation van Terborg.
Hans van “” dikke toon bier”” zet dan zwerfkatten op transport in de lege wagons.
Je kunt natuurlijk lekker zwerven langs de spoorbaan, maar als je bij Hanne Taat komt dan worden we toch wel bang van haar geschreeuw.
Bij Hanne ga ik verkleed als soldaat  op de loer liggen. ""Kom de keet  uut"" schijnt een van de strijtkreten te zijn geweest.
Zoals heden gebruikelijk is, gebruikten we in die tijd ook met regelmaat de kracht term "" pannenkoek""
Theo kon het verste gooien, dus de appels die van de boom vallen moet hij op het dak van Hanne Taat proberen te gooien.
Het voordeel van het wonen naast expeditiebedrijf Wissink is dat je nog wel eens mee mag
als bijrijder! 
Zo ben ik met Henkie Verhallen en Jopie Wissink naar de steenkool mijnen in Limburg geweest om kolen te halen, en deze te lossen in Ulft bij de diverse ijzergieterijen. 
Het zijn nog vrachtwagens met houten banken en autobanen bestaan nog niet. 

Van Theo leren wij hoe je het kerkelijk Lof van 3 uur kunt omzeilen. Je moet dan wel blijven fietsen tot het 4 uur is anders kom je te vroeg thuis.
Deze truc passen we ook toe met de zondagmorgen mis. Maar dan alleen met de jongens anders i
s  de kans op verraad te groot.
Op latere leeftijd ga ik in de kerk van Silvolde achterin staan. Je kunt dan ongemerkt naar de overkant van de weg waar het bier heerlijk koel is.
En als je ons vader tegenkomt dan is dat mooi meegenomen, immers dan heb je wat ""wisselgeld"" in het vooruitzicht!
Op latere leeftijd ging ik naar ""Dikke Joep"" een cafetaria op het marktplein waar je plaatjes kon draaien op de jukebox en een biertje kon kopen voor een habbekrats.
In de straat woonde Greta en Roosje Jansen, het geschreeuw was niet van de lucht!

Als je dan weer naar huis fietst doe je dat het liefst via het gat van smederij ""van Raay"" aan de Terborgseweg.
Bij zijn collega smid ""Vermeij"" komen we alleen als we Carbid moeten hebben om op oudjaars dag het oude jaar uit te knallen met de buisman busjes die je hebt opgespaard.

De silvoldse weg is kinderrijk, en onze speel voorkeur gaat uit naar de fam. Smeets. 
Het is een tijd van veel ruzie, s slechten, knokpartijen in de buurt en een NSB, er als buurman. Hier begrijp je natuurlijk nog niets van. 
In de keuken van Marcel Smeets spelen we de kerkdienst na, en als communie krijgen we stukjes brood.
Als we weer eens met zijn allen huisarrest hedden, dan gaan alle overgebleven kinderen uit de buurt pijltjes schieten naar ons huis. 
Het dak is dan ook wit van het papier.
Bij de  Fam. Meurs hebben ze een rieten schutting en met behulp van uitgeholde eikels met een stro,tje  is er snel een pijp van gemaakt.  
Met afgedankte peuken van vader roken we dat het een lieve lust is. Het stinkt echter als de neten, en ondanks de hoestbuien blijft het spannend !
Als op de zondagmiddag onze ouders in bed liggen voor hun broodnodige rust, dan sluipen wij de kelder in om een wekfles met kersen leeg te maken.
We zorgen er wel dat er geen sporen achter blijven! Dat betekent dat het schoon op moet en de brutaalste het meeste krijgt!

Eenmaal per jaar is er de Gaanderse Wielerronde, Jacob Spier onze Terborgenaar doet daar aan mee en daar moeten we natuurlijk bij zijn.
Over de finisch aan de achterzijde van het parkoer laat hij zich afzakken, slaat een ronde over en gaat dan weer als eerste over de finisch!

Vogels vangen doen we met behulp van  een zeef met een lang touw er aan.
Als de vogel zich tegoed doet aan het brood onder het afdakje dan trek ik aan het touw!  
Het dakkapel van onze slaapkamer is de hangplek om een en ander af te wachten.

Hij gaat dan een zekere dood tegemoet!  Op een morgen liggen er twee pauwen strak op het kelderluik,
ze zijn van Stef Kaak maar hoe vader hier aan komt is mij nu nog een raadsel!
In een ronde waterton als nachtverblijf  zit onze hond Trixie die later volgens Vader naar het waterschap gebracht moet worden. 
Ik heb  nooit begrepen dat het om de Oude IJssel ging! Honden zijn  er dan altijd.

                                                                                                                      met Robbie in de voortuin klik op de foto voor een vergroting

Mimi bracht van haar werkgever ( Duthler uit Varsseveld) ene Robbie mee, deze keeshond zat altijd vast en als hij los kwam dan was het een helse klus om hem te vangen!
Toen ons deze te veel af werd hebben Marcel Smeets en ondergetekende de hond met de bromfiets naar het asiel in Doetinchem gebracht als zijnde aan komen lopen.
Buurman Wissink had een hond die "" Walli"" hete maar die kwam als een roerbakmenu terug van  een uitstapje naar de silvoldseweg die nog weinig auto,s kende maar wel een te veel  voor hem.
Dat bleek moeilijker dan het leek, eerst naar de politie voor een aangifte zei de beste man, en via het bureau gingen we terug naar het asiel alwaar we "" Robbie eindelijk konden lozen.
Mijn allereerste fiets is door mijn moeder gemaakt, van allerlei bij elkaar geraapte onderdelen, en met houten klossen als pedalen had ik de 1e eigen fiets. 
Kracht training deed je dus op natuurlijke basis!

Toen de  lagere school periode voorbij was kwam er een nieuwe fase in het leven.
De ambacht school was een soort van bevrijding. Eindelijk een eigen voornaam Gert i.p.v. Edje!  
Met een eigen fiets naar Ulft, misschien is daar de basis voor mijn huidige conditie gelegd.   Maar ook hier weer was ik de kleinste van de klas!
Ik herinner mij dat mijn "" Westa sport""fiets kapot was en ik met de meisjesfiets van zus Annie naar school moest!
Ik heb het maar gedaan, maar het leverde een bak met herrie op! Ik voelde mij zo vernederd dat ik dreigde om een zwarte op de deur te sturen! ( lees de pastoor )

In deze fase werkte ik bij "" de olde bakker"" Helmink in Silvolde. In de morgen in de bakkerij werken en in de middag de boer op!  

Broer Wim leerde mij de kneepjes van het vak hoe je in de winkel koekjes kon stelen e.d.  

Onderweg deden we ons dan te goed aan een vol pak met frou-frou koekjes.
Maar als bij sommige boeren de herdershond buiten liep kregen ze geen brood!
Mijn angst voor honden was in die tijd al redelijk sterk.
Toen ik het alleen kon, kreeg ik ook de transportfiets met zijn houten kist erop.
Als mij de fiets omviel moest ik ergens aanbellen om te helpen de fiets overeind te zetten.

De route ging via de Ulftse weg naar Nieuwdorp naar de Langedijk  richting  Dinxperloseweg .
Daarna de Rabelinkstraat en via het woonwagenkampje en de Varsseveldseweg naar Voorbroek in Terborg. 
In 1963 lag de sneeuw zo hoog dat grote stukken te voet afgelegd werden.
De herinneringen aan  Jan v/d Bakker, Willemien, Dinie, Jan Essink met zijn escapades, en  de winkel met zijn lelijk eendje  zullen mij altijd bij blijven. 

Op alle fronten is geprobeerd het financieel aantrekkelijker te maken.
Zo was er een project bij de rubberfabriek in Terborg om via thuiswerk rubberen handvaten te maken.
Het hele gezin zat dan die avond brom/fietshandvaten  te fatsoeneren en weer retour in de zak te doen.  
Bennie ( Snor Hubers en ook inwonende buurman ) had een project om scharnieren te maken, en bij deze scharnieren moest je de pennen er in slaan.
Financieel werden we er zelf niet  beter van en de animo verdween dan ook weer snel.

Het was de tijd dat je blij was met een fatsoenlijk fiets.  Als kind moest je zo wie zo al blij zijn dat er een fiets was.  

Bij Bruur Willem  zat ik eens achterop de fiets, en vroeg hij eens of hij tegen een paaltje mocht rijden, de plaats bij huize Kummeling aan de Silvoldseweg kan ik nog steeds aanwijzen. 
Per ongeluk dat mag ik tenminste aannemen, reed hij er vol op!  Met een moker werden dan de deuken stiekum uit de fiets geslagen. Uiteraard kwam vader hier achter!
Dat heeft hij geweten, het angst aanjagende geschreeuw van Willem vanuit een leegstaand varkenshok was niet van de lucht!
Mijn vader had indertijd een Berini, ook wel een eierdopke genoemd! Deze gebruikte hij als woon/werkverkeer voor zijn baan bij de  Atag in Ulft.
Van mijn eigen verdiende geld kocht ik de 1e draagbare radio van Ter Meulenpost in Rotterdam.  Wat kon je trots zijn op zo een plastic groen kastje

Op mijn 14e levensjaar was het gebruikelijk dat je de 1e dansles kreeg. Aan de Rijksweg in Gaanderen zat dan ook dans-school Pipi Berendsen.
Zo groen als gras en in je beste kleren vroeg ik een meisje om de 1e pasjes te leren.  Op een gegeven moment voelde ik iets in mijn beide zakken van mijn colbert.
Met een knal rode kop zag ik dat mijn vader de poten van een geslachte kip in mijn jasje had gedaan! Over humor gesproken, zul je dit nog meemaken??

Dansschool Berendsen.  Klik voor een vergroting op de foto.

De groep van Dansschool Berendsen.

Op mijn 16e is het gebruikelijk om naar radio Luxenburg te luisteren. Het is de mode om via een oproep van de radio een vriendinnetje te plukken om te kunnen correspenderen.
Zo gras als groen schrijf ik corrispondentie brieven naar de Middenhutlaan 14 in ( dat hou ik lekker voor mij )  ( Belgie)

Op mijn 18e kocht ik via een zwager van Bruur Willem de 1e auto. Een DKW voor het bedrag van 500 gulden.
Hij was van een student die ging emigreren, en de 1e ervaring met deze stinkende verkooptruc was een feit!  
En nog wel door  een Didams familie lid!
Lang heb ik er geen plezier van gehad, hij was peperduur in brandstof verbruik ( 2tact ) en was altijd kapot.
Ik verkocht hem voor 350 gulden aan een van de jongens  Wiskamp  aan de Rijksweg.
Hij moest hem duwen naar huis! Hier zag ik hem nog lang ongebruikt langs de kant van de weg staan.


Mocht u aan of opmerkingen hebben, of misschien aanvullingen dan hoor ik dit graag.

Gert Arentz.

laatst gewijzigd 06-05-2013