Mijn vader

De 1e  aanzet van dit verhaal is in Mei 2004 geschreven.

Gradus Theodorus Arentz.

Roepnaam: Gerrit of ook wel Gert.


Gradus is geboren in het grensplaatsje Megchelen in de gemeente Gendringen, op 4 september 1913.

Gradus is geboren uit het huwelijk van:

Maria Johanna Tilleman.          Geboren op 03-07-1882 en overleden op 20-01-1957.

Theodorus ( Theet ) Arentz.     Geboren op 14-02-1885 en overleden op 23-12-1951.

Het was een gezin met 5 kinderen, 2 meisjes en 3 jongens.

De namen van de 5 kinderen zijn of waren in volgorde:

Mieneke, Gradus, Annie, Willie, en Theo die de jongste was.

Gradus is veel te vroeg overleden op 04-08-1984 na een hartinfarct aan de Boterweg in Silvolde.
Dit in het toenmalige St. Jozef ziekenhuis in Doetinchem, na voorzien te zijn van de H. Sacramenten.


 

                           Zoals wij Vader herinneren.


In zijn jeugd heeft Gradus gewoond en opgegroeid, in een boerderij aan de Oude IJssel in (over de ijssel 5) Ulft ook wel geheten Oer!

                                                                                                                             aan de "" Iessel 5 klik op de foto voor een vergroting.

Het huis stond met de achterzijde aan de "" oude IJssel"" hier leerde hij zijn broer Theo nog zwemmen met een dik touw. 

Direct na zijn huwelijk met Annie Kuiper woonde hij aan het Pastoorsgangetje in Terborg.

Daarna volgde de eerste verhuizing, naar een eigen woning aan de Silvoldseweg No 77 en 79.

Medio 1972 ging hij van daar uit naar de Cristinastraat 16 in Silvolde.

In 1973 weer terug naar de v.Gelderstraat 30 in Terborg.

Dan weer naar het Jagershof 2 in Silvolde.
Zijn laatste verhuizing was naar de Boterweg in Silvolde wat tevens zijn laatste onderkomen is geweest.

Gradus is op 7 september 1937 getrouwd met Annie Kuiper.

Het huwelijk heeft zich voltrokken in de H. Mauritius kerk in Silvolde.

Uit dit huwelijk zijn 4 meisjes en 4 jongens geboren.
Te weten Theo, Mimi, Wim, Gert, Annie, Trees, Agnes en Bennie.

Theo is als enige geboren in de Pastoorsgang van Terborg, dit was ook de eerste woning van Gerrit.

De overige kinderen zijn geboren aan de Silvoldseweg No. 77 en No. 79.

Zijn werkgever in die tijd was de Ferro te Gaanderen en zijn beroep was fabrieksarbeider.

Ook bij de Becking en Bongers te Ulft is hij nog actief geweest.

Zijn laatste werkgever was Benraad BV in Terborg.

Hier heeft hij gewerkt van 30-11-1964 tot dat hij medisch is afgekeurd in het jaar 1977.

In zijn jonge levensjaren was hij een echte charmeur, hij liep er in zijn zwarte smoking met witte das, er correct en gekleed bij.

Zijn hobby was muziek maken, en zijn geliefkoosde instrument was het drumstel.

Het 3 mans dansorkest waar hij in speelde had de naam van  ""orkest Lowentaal"".  
Ik weet dat hier een foto  van bestaat maar  heb deze nooit meer kunnen traceren!

Ik herinner mij nog op de zaterdagmiddag de fiets waar al zijn attributen waren opgebonden.
Volgens de overleveringen is hij menigmaal beschonken, en de andere morgen via zwerftochten thuisgekomen.

Het was iemand die humor, en genieten van het leven, in het vaandel had staan.

Hij kon dan ook met gemak voorbijgaan aan de verplichtingen van het grote gezin, waar veel werk voor te doen was.

Zijn liefde voor op zijn tijd een borrel, en zeker de sigaret, dreef zijn vrouw Annie vaak tot wanhoop.  
De merken van zijn stink sigaretten waren Virginia, Dr. Duskind  PallMall en Roxci.

Het spaarzame zakgeld dat hij kreeg, vulde hij zelf aan op nogal creatieve manieren.

Zo lag er eens op de zolder een doosje met loonstroken die niet overeenkwamen met de bedragen die hij aan het eind van de werkweek aan Moeder Annie gaf.
Wie  van de kinderen zou dat weer verraden hebben?  

Hoe Annie de touwtjes aan elkaar moest knopen deerde hem ogenschijnlijk minder.

In de jaren ,50 stond aan de stationsweg in Terborg, een café geheten “”de pijp”” van Dorus Hesseling.

Later was zijn stamcafé “Dikke Toon Bier ”” aan de Silvoldseweg,

Er volgde nog Café de Lovink in Silvolde en café Tiemessen in Etten.

Op de een of andere manier kon hij met een gerust hart zijn borreltje drinken, terwijl zijn vrouw Annie dan geheel over de klink ging.

Het was een man met gevoel voor humor, en op zijn tijd zijn verantwoordelijkheid nam naar zijn kinderen.

Maar niet alleen naar zijn kinderen. 
Met de watersnoodramp van Zeeland in 1953, bood hij als vrijwilliger zijn diensten aan en bleef enkele dagen in het rampgebied.
Dit terwijl het thuisfront nergens van wist.

Maar sloeg hij je, dan sloeg hij ook hard en gemeen.
Meestal was dit dan op aanraden van zijn vrouw Annie, omdat zij dan de situatie niet meer de baas was.

Voor vader was het dood normaal, dat hij met het eten het vlees kocht van zijn kinderen.

Voor een stuiver ging dan je worst of spek van je bord naar zijn hongerige maag.

Van huisdieren moest hij op latere leeftijd niets van hebben, menigmaal heeft hij een hond via het "" waterschap"" laten verdwijnen

Op de zondagmiddag liet hij je tegen een boom aan schoppen en hij gooide dan snel een pepermuntje de lucht in.
Wij als kinderen probeerden dat natuurlijk ook, en begrepen maar niet hoe dit kon gebeuren.

Als wij op zondag met hem gingen wandelen, was hij nooit te beroerd om ons 1 stuiver te geven, zodat wij bij Holman  op het plein van Terborg de patat konden voorzien van de mayonaise.

Als kinderen hadden we vaak niet meer dan 1 kwartje voor een patatje zonder.

Hij ging graag naar het voetballen, en nam dan een van de jongens mee.

Samen gingen we naar de "" Graafschap"" en eenmaal thuis vroeg de familie dan aan mij tegen wie ""de Graafschap"" had gespeeld.
Zo bij de hand als ik was zei ik dan: tegen de Gasten! Dat had ik immers gelezen op het scorebord!

Maar hij had ook een vervelende gewoonte op de zondag.

Rond 15.00 uur zocht hij op de radio kerkmuziek op, zodat moeder op het idee kwam ons naar het Lof te sturen.
Weer een uurtje rust in de tent!

Op zondag speelde hij ook regelmatig met de kinderen een potje badminton.

Financieel inzicht had hij niet. Alle geldzaken werden door zijn vrouw Annie geregeld.

Hij had alleen inzicht in zijn eigen geheime fonds.

Lezen deed hij graag, het blad “”De Lach”” was zijn favoriete voorkeur.

Ook las hij het veel gelezen streek dialect van Oarnd Peppelkamp.

Zijn eerste bromfiets was een Berini! In die tijd noemden we dat een eierdopke.

Met deze bromfiets ging hij naar zijn werk bij de Atag in Ulft.

Zijn tweede bromfiets was een Sparta, nog eentje zonder versnellingen en is gekocht bij Piet Ten-Have aan het marktplein in Terborg.

Op deze bromfiets gingen ze samen naar de verjaardagen.  
In een later stadia  kreeg  Willem deze  bromfiets en  als laatste ondergetekende.

De betaling kon worden gedaan omdat dit volgde uit een erfenis van zijn overleden moeder in 1957.

In een latere fase werkte hij bij de Benraad b.v. in Terborg.
Hier had hij als inpakker van gaskachels een afzuigkappen met regelmaat een bloeiende handel.

Hij zette doodleuk een kruis op de doos, met de term van “” Beschadigd”” en verkocht deze dan voor een sappig prijsje door aan allerlei klanten in zijn kennissenkring. Velen van ons in de familie hebben hier van geprofiteerd.

Omdat Benraad per fiets te bereiken was ging hij via de spoorwegovergang bij het gangetje van "" Eenink"" langs de woning van Wolfsheumer op.
Hier zat jantje met een luchtbuks van zijn vader vanuit het dakraam op ons vader te richten!
Op zijn eigen manier wist hij dit op te lossen.
Toen hij thuis kwam vroeg hij doodleuk aan bruur Bennie om Jantje even op te halen want ik heb een cadeau voor hem.
Bennie die nergens vanaf wist, kon zo Jantje voor het kruisverhoor van Vader te krijgen, en kon hem dan flink aanpakken.

Dezelfde Bennie moest altijd voor het huis op wacht staan als hij weer eens in de ziektewet de heg moest knippen!
Bij een witte volkswagen kever in aantocht was er natuurlijk paniek!

Bij weer een weekje ziektewet met last aan zijn schouder moest  de heg aan de zijde van "" Meurs geknipt worden.
Bennie die de taken niet al te serieus waarnam, zorgde ervoor dat de ziektewet controleur oog in oog stond met de keihard werkende vader Arentz.

Bij zijn 25 jarige trouwdag ging het tijdens de kerkdienst in de kerk aan de hoofdstraat van Terborg mis.
De dienst is toen even stil gelegd, en iedereen dacht aan iets ernstigs.

Naar de huidige medische inzichten moet het hyperventilatie geweest zijn.
Van deze zaken hadden we in die tijd nog nooit van gehoord.

In zijn latere levensfase kreeg hij het echter wel aan zijn hart.
Eerst enkele lichte infarcten, en de laatste in zijn huisje aan de boterweg was dan ook voor ons vader dodelijk.
De rampspoed mededeling kwam op mijn werk in Utrecht  hard aan, en met  hoge snelheden kwam ik tijdens het uitdelen van de laatste sacramenten bij  het St Jozef ziekenhuis in Doetinchem aan.

Hij was bang voor de dood. De tabletten die onder de tong gelegd moesten worden voor een eventueel infarct liep hij zonder dat iemand het wist mee in zijn zak.

Er over spreken wilde hij nooit.
Hij was een liefhebber van lekker vet eten en zijn eetgewoonten gecombineerd met te weinig beweging hebben hem vele jaren van zijn leven gekost.


Hij was zeker niet lui, integendeel. Aan de Silvoldseweg had hij een flinke groente tuin die hij vakkundig na werktijd onderhield, en als bijverdienste was hij met enige regelmaat actief als doodgraver op het kerkhof.
Hier nam hij het niet zo nauw met het tuingereedschap, indien nodig nam hij het ook mee naar huis.

Jaren achter elkaar is hij bezig geweest buiten zijn werk, om mestvarkens slachtrijp te maken. Menige schuur is hier voor bijgebouwd.

De grote stille kracht achter de varkens handel was wel degelijk zijn vrouw Annie, die wel brood in deze handel zag, maar zelf de varkens moest voeren als hij chagarijnig was.
Het voerderen ging vanuit een grote groene munitie kist die aan het einde van de gang stond.
Deze moest je  voorzichtig openen omdat hier menigmaal een rat in zat!

Zijn eerste auto was een licht blauwe Fiat 600, en zonder rijbewijs kon hij dan via allerlei sluip wegen naar zijn oudste zoon in Lievelde.
Als het regende dan legde hij er een kartonnen doos overheen, en als op de zaterdagmiddag het tuinpad geharkt was dan moest de trots van Gerrit voor het huis staan.

Hier stond een lindeboom en hij reed er zijn pronkstuk pardoes er tegen aan.

Later volgde nog een Fiat 1100 die hij van zijn oudste zoon Theo kocht, deze had nogal last van startproblemen, en omdat te voorkomen ging er in de koude nachten een elektrisch kacheltje onder de motorkap.

Hij had toen al de luxe van een heuse garage, al was het maar een afdak van asbestplaten. (   pure asbest waar we vrolijk mee speelden )

Er volgde nog een Renault 8 een van de mooiere auto, s voor die tijd.

In 1969 kocht hij bij garage Borghuis in Doetinchem een gele Fiat 850, en de laatste was een gele Toyota Starlet.

Toen hij eindelijk in zijn bezit was van zijn geldig rijbewijs, ging hij doodleuk naar zijn stamcafé “” Dikke Toon Bier”” aan de Silvoldseweg en trakteerde een ieder die aanwezig was op een rondje.

Een van de vaste aanwezigen was Politieagent ""Kamphuis"" die hogenlijk verbaasd was.

Met Vakantie gaan kon dan ook pas in deze latere periode, en met een gele braadpan met voorgebakken "" haantjes"" trok hij dan met moeders richting Sauerland.
Bennie de jongste van de familie, kan dit nog beamen want die zat de gehele weg met de zwart geblaakte gele braadpan op de schoot.

Op een parkeerplaats tussen de vrachtwagens was het dan ook lekker smullen, al hoewel ik mij daar iets anders kan bij voorstellen.
Het jaar daarop dacht hij het slimmer aan te pakken en huurde de caravan van bruur Theo in het Duitse Altena.
Het naburige Sauerland was dan ook de verste bestemming die ze mobiel konden afleggen.
Ook heeft hij als spookrijder gefungeerd op de Duitse autobaan, en de schrik zat er dan ook goed in bij de passagiers.
Nooit zal ik vergeten dat hij klaagde over de snelheden op de Duitse autobanen. De vrachtwagens gaan je hier met wel tachtig km voorbij!

Toen hij 59 jaar was had hij schoon genoeg van het werk. Alle registers zijn opengetrokken om aan te kunnen tonen dat hij niet meer kon.
Hij liet zich bestralen voor zijn schouders, al zijn haren vielen uit, en uiteindelijk is hij dan ook afgekeurd.

Eenmaal thuis, trof hij de strenge winter van 1973 aan, en wist met de tijd geen raad.
Hij probeerde van alles  om  aan het werk te komen.

Uiteindelijk nam hij een baan aan, als oproepkracht bij een begrafenis onderneming.

Als drager en grafdelver kon hij zo toch weer wat bijverdienen.

Ongeveer een week voor zijn dood had hij zijn laatste begrafenis, hij kon toen niet vermoeden dat hij boven op zijn eigen graf stond.

De vrouw die hij toen in Silvolde heeft begraven, is nu zijn buurvrouw op het kerkhof!

Veel van de huiselijke problemen ging hij uit de weg, vaak pakte hij de fiets om een rondje langs de kinderen te maken.  
De zaterdag middag was dan ook vaste prik dat hij op de koffie kwam.

Hij kwam over als iemand die genoot van het leven, maar achter de schermen had hij het moeilijk. 

Zijn bidprentje spreekt van een rusteloze natuur, hij was altijd bezig en onderweg.

Het was een gesloten man als het op praten aan kwam, zijn gevoelens kwamen niet naar buiten en roddelen over zijn vrouw Annie was er niet bij.

Hij was gek met zijn kleinkinderen en is altijd een goede vader voor ons geweest.

Vaak is hij (en soms onterecht) afgeschilderd door zijn vrouw als een drankorgel, hij trok dan zijn schouders op en liep naar zijn  schuurtje  om er nog een achterover te slaan.
Nog steeds denk ik aan mijn vader, had hem er nog graag bij gehad!

    Graf van vader en moeder                                       zijn manier van humor.

                               klik op de foto voor een vergroting

met plezier geschreven door zijn zoon.

Gert Arentz.

laatst gewijzigd 01-08-2010