Mijn beleving 

Dit verhaal gaat over mijn beleving van de lagere school periode, op school en als kind, in en om het huis.
 

Aan de hand van het school rapport is voor mij te traceren dat het over de school periode 1954 tot en met 1961  gaat.
De school periode speelde zich af aan de Walstraat in Terborg.
De school bestaat nog steeds, en heet ook vandaag nog in 2009 nog steeds de St.Joris School.
In 1909 is de school geopend en in 2009 viert de school haar honderdjarig jubileum.

Mijn kleinzoon Jay gaat sinds het huidige schooljaar 2008-2009 naar dezelfde school als de schrijver van dit verhaal.

De lagere school    de st.Jorisschool.

Terborg is een klein Achterhoeks dorpje, met heuse stadsrechten, dat toebehoorde aan de toenmalig  naam ”Gemeente Wisch.”

Nu anno 2009 is de naam vervangen door de gemeente "" Oude Ijsselstreek""

Ons gezin bestond uit 8 kinderen. 4 meisjes, en 4 jongens.  

Als een zeven jarig katholiek arbeiders zoontje als 4e uit de rij van de 8 kinderen van Gert Arentz en Annie Kuiper. "
Zoals onze huisarts dokter Borggreven zo mooi kon vertellen: “Arentz Kuiper”.

Zo kwam ik via de bewaarschool op de lagere school terecht.
Om op school te komen moest ik te voet ongeveer 1500 meter afleggen.
De route voerde langs de Silvoldseweg waar nog een stoomtram intact was van Gendringen naar Doetinchem.

Tramstation

In het begin van dit tijdperk herinner ik mij, dat ik altijd alleen was. Na enkele jaren ging mijn zusje Trees met mij mee.
Als zij niet wilde eten, en dat gebeurde nog wel eens, dan was het hommeles. ( een term die indertijd gebruikelijk was voor heibel)

Eerst het bord leeg eten en dan naar school.
Op school aangekomen kreeg ik dan straf, terwijl Trees de dans ontsprong omdat ze de jongste was.
Achteraf is het raar dat met zoveel broers en zusters wij schijnbaar allemaal in ons eentje naar school toegingen.  

De eerste klas ging onder leiding van Juffrouw Leizer die aan de hoofdstraat woonde, deze was aardig zoals ze in mijn gedachten van nu overkomt.  

De tweede klas was van juffrouw Witjes, en ook hier had ik geen negatieve ervaringen.
Ik herinner nog de knipkaart die we moest invullen in de vastentijd.

Eerst naar de kerk in de Hoofdstraat, en zonder naar huis te gaan meteen naar school!
Als je de kerkgang gemist had dan volgde er bijna een duivelsuitdrijving.  

De 3e klas was van de eerste meester in mijn nog jonge levensjaren, en heette Meester Steverink!
Het betekende voor mij een nationale ramp, en kon er niet mee overweg.

Tot overmaat van ramp ging hij ook de 4e klas doen, en kwam hem dus dat schooljaar weer tegen.
In de gang stonden wij allemaal in het gelid, en eigenwijs als ik schijnbaar toen al was, schudde ik telkens afwijzend mijn hoofd.
Dit omdat ik een berisping kreeg over de klompen die te veel lawaai maakten op de granieten trappen en gangen.
Hij sloeg mij net zo lang tot ik mijn hoofd stil kon houden, en hijzelf rood van woede was, en de hele klas mocht dit schouwspel aanzien.
Als je dit thuis vertelde dan trokken ze de schouders op van, je zult het er wel na gemaakt hebben!
In deze klas kwam ik in aanraking met de Schoolarts die mij naar Mooi Gaasterland wilde sturen.

Mij ervaring was dat een ieder die hier naar toe ging het schooljaar moest overdoen, ik weigerde dan ook om hier aan mee te doen. Dit tot onsteltenis van mijn moeder.

Ik woog 60 pond dus te weinig volgens de schoolarts!

rapport lagere school

klik op de foto voor een duidelijk overzicht. ( mijn schoolrapport )

Het was ook de tijd dat we bij strenge winters niet het schoolplein opdurfden omdat naar mijn gevoel de kleding nogal afwijkend was voor de rest van de klas.
Met strenge vrieskou ging ik met een korte broek en gebreide lange kousen voor de etalage van fietsenmaker ""Berkelder"" staan tegenover het schoolplein.
Als het fluitje ging dan mengde wij ons tussen de rest van de leerlingen.

Thuis durfde we dit niet te vertellen en zanikten we net zo lang tot ik de Pofbroek of de z.g. drollenvanger weer aan kon doen.

In de klas zat ook Gedje Berendsen, soms ging ik wel eens met hem naar zijn huis toe aan de Varsseveldseweg.
Door Gedje zoals ik hem kende, kwam ik in aanraking met de oude familie graven die achter de villa ????????? van de Silvoldseweg lagen.  
Niemand lag er van wakker als je een uurtje later thuis kwam!
Je kon dan lekker stropen langs de huizen, en als de groenteboer stil stond dan gapte je een heerlijke sinasappel keurig gewikkeld in een merk ( valencia ) uit Spanje.
Twee  vliegen in een klap, immers de wikkels waren een gewild artikel om te sparen.
Zijn vader was ik doodsbenauwd voor, misschien om zijn strenge uitstraling en zijn bijnaam als Bart van de Kleve! Wat het betekende weet ik nu nog niet.
Als kind hadden we toen met regelmaat een hond.
Als het mijn vader allemaal te veel was, of er was weer uitbreiding op komst dan vertelde ik trots dat de jonge hondjes of de jonge poesjes naar het Waterschap gingen.
Mijn vader kon dat met een lachend gezicht vertellen. Zelf heb ik later pas begrepen wat dat betekende!


In de 5e klas kwam ik in aanraking met meester te Dorsthorst, die overkwam als streng maar iemand met humor.
Na schooltijd stak ik de weg over, om mijn broer Wim te helpen met blikken pakken bij de Fam. Oosterbaan.
Dit Jamin chocolade winkeltje had de ingang aan de Hoofdstaat, en de achteringang tegen over de lagere school.
Het werk bestond uit het sorteren en binden van diverse maten van blikken.
Elk blik ging open om te bezien of er nog resten waren achter gebleven.
Het transport klaar maken van de blikken was onze verantwoordelijkheid, en soms kregen we ook nog wat te eten.
In deze klas zat ook Theo Thuis. Op een gegeven moment sprong hij door het open raam naar buiten toe.
Als straf moest hij tien ronden hardlopen om het gebouw.  


                                 

 
          H. Communie            Als je maar wat bewaard.          
           klik op de foto voor een vergroting.               Herinnering aan de H. Communie in de kerk op 7 Juni 1959

In de 6e klas zwaaide meester Gruson de scepter en deze man zat vol discipline.
Een oude man die met de fiets van Ulft kwam, en wij trouwe leerlingen stonden dan aan de poort te wachten om de fiets aan te pakken.
Het was de tijd van Willie Egberts bijgenaamd Tarzan, deze was de schrik van Terborg.
Achter in de klas zat Toon Berendsen in de lessenaar, dit omdat hij zo vaak was blijven zitten, dat hij niet meer in de banken paste.

In deze klas worden de leerlingen, ook na schooltijd klaargestoomd, voor de toenmalige Mulo.
Zelf wist ik hier niets van, blijkbaar was ik al door mijn moeder voorbestemd voor de Ambachtschool.
In deze klas kwamen ook de eerste voorkeuren voor de meisjes naar boven drijven en kon je hopeloos verliefd worden.  

In deze levensfase hadden we als kinderen allemaal een taak in huis.
Zelf wist ik, dat in het stookseizoen elke avond aanmaakhout bij de kachel moest liggen.
Als er geen hout voorradig was dan ging ik naar de “Paasberg” om te sprokkelen.
En wee als er geen hout bij de kachel lag, dan kon je zo uit bed gehaald worden om aan je verplichtingen te voldoen.

Vaak was het zo dat ik, voor dat ik naar school toe ging, de kachel ook zelf moest aanmaken.
In barre tijden als er weer eens geen kolen waren, ging ik op dievenpad bij de buurman.
Als buurjongen van een transportbedrijf en een kolen verkoopbedrijf, ging ik nog wel eens aan het winkelen met de eierkolen in mijn broekzak.

Ook kwam ik thuis, met de briketten achter mijn trui. Ik vraag mij nog af hoe moeilijk het geweest moest zijn voor mijn moeder, om hier niets van te zeggen.
En als ik in alle vroegte pech had dat de geiser het niet deed, dan moest ik mijn moeder op bed vragen naar een kwartje voor de gasmeter.
Dat betekende dus dat je als kind alleen opstond en zelfstandig een en andere regelde dat je op tijd naar school kon.
Lang heb ik op de zelfde kamer geslapen met Willem. De slaapkamers hadden allemaal van dat gladde en koude zeil.
Midden in de nacht maakte Willem mij vaak wakker om de muizen te verpletteren.
We gingen dan met de zwabber door de slaapkamer heen en het huis moest bijna op zijn kop hebben gestaan.
Later kwam er een liedje op de markt die Willem wordt wakker heette. Daar heb ik nog de blauwe plekken van overgehouden als hij me dan sloeg.
Televisie zagen we alleen met  Sinterklaas.
In onze jeugdjaren had Kolkman aan de Silvoldseweg een mini tribune met een t.v in de huiskamer opgesteld om de kinderen uit de buurt te laten meegenieten van deze goedheiligman.

Op een van de slaapkamers of overloop stond een emmer waar op geplast kon worden.
De reis naar het toilet in de schuur was te ver en zeker te gevaarlijk voor de meisjes.

Het kwam vaak voor dat de emmer bijna overliep van de inhoud.
Maar als kleinste van het stel kon ik deze emmer toch niet dragen!
Ik was in die tijd zo broodmager dat mijn moeder onder het middageten, de bakoven opende, en achter in het fornuis er een stukje braadworst uithaalde.
Nu na al die jaren, vraag ik mij nog af, wat dan de rest van het gezin dan te eten kreeg!  

Een van de verantwoordelijkheden was, dat ik samen met mijn broer Willem naar de beschuitfabriek in Silvolde ging.
Met een schone kussensloop konden we deze vullen met de restanten in de fabriek in dezelfde straat, als waar nu de voetbalvelden van sportclub Silvolde ligt.

Omdat wij als bijverdienste vleesvarkens hadden, ging ik met regelmaat naar de Molenaar Reijerink om een zak meel te halen.
De molenaar zorgde ervoor dat de zak precies tussen de stang van de fiets kon liggen zodat je lopend naar huis kon.  
Die varkens hebben mij ooit een bloedvergiftiging van jewelste laten op lopen!
Ik had een klein wondje aan mijn hand maar die jonge pochen (lees biggen) moest je na het kopen, dragen naar hun mestverblijven, een rode streep op mijn arm tot gevolg! 

Ook ging ik elke week met mijn oudere broer Willem naar meubelfabriek de “ Graafschap” aan de IJsselweg. Daar haalden we dan een zak met krullen voor de varkens.
Volgens Willem  deed ik altijd de zakdoek voor de neus als we samen de hokken aan het schoonmaken waren.
Maar als die zelfde varkens bij tijd en wijle aan huis geslacht werden, lag ik onder het bed van Oom Gert.
Terwijl deze kostganger op zijn Accordeon speelde lag ik af te wachten tot het varken verticaal aan de ladder hing.
Mijn peetoom Willie was van beroep slachter, en op de nog bebloede keukentafel werd zo weer het brood geserveerd.
Uiteraard hadden we in die tijd geen ladder.

Zo onschuldig ik toen was, moest ik dan naar Schilder Boersbroek om een ladder te lenen. Uiteraard mocht ik niet zeggen dat het voor de slacht was.
Als diezelfde varkens op transport gingen dan moest ik vroeg uit bed om te helpen drijven!
Later toen ik dat allemaal niet meer zag zitten kan ik nog herinneren dat ik de hokken van de varkens ging schoonmaken met de trui over mijn neus getrokken.
Zo gingen we ook bij handelaar Leijen in Silvolde eieren halen. Dat ging soms achterop de bromfiets van Willem. Het moesten wel smerige of tik-eiereren zijn.

Ook een van de standaard zaken waar ik voor verantwoordelijk was, was het zorgen voor een emmer met geschilde aardappelen voor de volgende dag.
Van mijn oudste broer Theo wist ik nog, dat hij onder in de emmer zorgde voor de schillen, en daarboven op voor de geschilde aardappels.
Uiteraard hadden we in de jeugdjaren  ook diverse  hobby,s.

Je kon lekker uitwaaieren op de Paasberg en in de bomen met een mes, je naam kerven.
Je had er de zandbult, en kon er strooptochten door de ongeschonden natuur houden.
Als op die zelfde Paasberg de militairen weer eens gelegerd waren, dan was mijn oudste zus Mimi niet te houden.
Iedereen moest met haar mee om haar een alibi te verschaffen.


Achter de Paasberg was een wei met koeien. Als kind kan ik mij herinneren dat ik in de wei was en het hekwerk uiteraard onschuldig open liet staan.
In de wei moest ik met Willem mijn broer, hondepollen halen voor de konijnen.
Als we dan in de morgen wakker werden liepen de koeien aan de Silvoldseweg, en dacht ik plots aan het hek.
Ook kon men op de roggevelden de vlieger op laten, de zelfde roggevelden waar we voorheen doorheen renden of het een lust was.
Om hier te komen, stroopten we eerst het kerkhof af, dat deed je niet in je eentje, daar was het allemaal te eng voor.  

De kunst van het vliegeren ging over van de oudste naar de jongste kinderen. De kunst was altijd om aan houten latjes te komen.
Deze latjes konden we halen bij Reussink aan de
Varsseveldse weg, en het vliegerpapier bij de dames Eggink in de Hoofdstraat.
Plaksel had je niet nodig, want dat deed je met een gekookte aardappel.
 

Het waren in die tijd niet allemaal armoede verhalen.
Zo waren mijn oudere broers Theo en Wim al lid van de plaatselijke drumband de St.George. Uiteraard was ik de volgende in de rij.
De repertities waren bij zaal de Bijenkorf en aan huis bij  ???? Geurts aan de Looiersweg. Deze was ook onze muziekleraar van de trommelaars.
Ged Kroes van de Stationsweg was de leider van het geheel!
We hadden in die tijd witte broeken met Rode jasjes er op. Als er dan een optreden was dan moest alles gewassen en gestreken worden.

Op de maandag van de Terborgse kermis ging het van cafe naar cafe, en overal gratis drinken. Je kon er de klok op zetten, elke honderd meter liet ik de stokken vallen en de achterse muziekkant moest ze dan weer doorgeven naar voren.

                                       

In een moeilijke periode werd ik naar Mevrouw Geven (de penningmeester) van de drumband gestuurd om geld te halen om de witte gymschoentjes van ons weer wit te maken.
Toen i
k eenmaal  wat ouder was durfde ik haar niet meer aan te kijken.  

De vakanties werden in het algemeen samen doorgebracht.
Een van de vaste onderdelen was b.v. in de voorjaarsvakantie de kelder in, om de rest voorraad aardappels te kienen.
In mijn huidige gedachte zat je dagen aaneen in de kelder! Om de tijd te doden knalden wij de rotte aardappels tegen de wit gekalkte muur aan.
Als wij weer eens straf hadden of niet mochten spelen in de buurt dan lag het dak van ons huis vol met pijltjes, die door de buurt kinderen werden afgeschoten met hun lichtbuizen.
Met de grote vakantie gingen we met de bus naar tante Zus in de grote stad Arnhem.
Soms mocht ik dan blijven omdat het mijn Peettante was.
Vaak kon ik de andere dag alweer naar huis omdat er ruzie in de tent was, en ging ik achter op de Sparta bromfiets van Oom Frans van Leuteren weer naar de Achterhoek.
Als de financiële situatie het toestond ging de hele bups te voet naar de speeltuin “het Tropisch Oosten.”
Daar zaten grote grisly beren in de grond, en de apen konden we lekker pesten!  

Mijn moeder had het niet gemakkelijk, als ze de situatie weer eens niet meer aankon, dan kon via het ""dreigement"" een van de vervelendste  kinderen, de koffers pakken en verhuizen naar de Kruisberg.
Dit vertelde ik dan met Trots tegen mijn vriendje Marcel Smeets. Niet wetende dat de “Kruisberg” een opvoedings gesticht in Doetinchem was.
Als het helemaal te bont werd, dan kon je zelf de mattenklopper halen, en nog erger de gasslang opzoeken en overhandigen en je laten afrossen en uiteraard weer opruimen!

Je kreeg er dan flink van langs en hoe harde je schreeuwde hoe eerder het was afgelopen!
Het was de tijd van de Armoede, en als we op de zaterdag middag een voor een in de teil gingen voor de wekelijkse wasbeurt, klopte Pierre Smeets namens het parochie bestuur op het keuken raam. Mijn Moeder kreeg dan het armen zakje met inhoud overhandigd.
 

Bij Pierre Smeets ging ik nog wel eens misdienaartje spelen in de keuken.
Als hostie kregen we dan een stuk brood, en geknield zingen op een keuken bankje konden we allemaal wel.

Met Marcel Smeets ging ik naar de kerk in Terborg. We hadden de moed om te staan achter in de kerk.
De toenmalige pastoor van Blaricum nodigde ons vanaf de kansel uit om naar voren te komen in de nog lege banken.
Met het schaamrood op de kaken liep ik samen met Marcel op uinodiging van de pastoor naar voren.
Dan gingen we maar liever naar de kerk in Silvolde. Die was zo groot dat niemand het opviel als je achter een pilaar stond te wachten tot het afgelopen was.
Als je dan in de latere tienertijd te vroeg, zo ongeveer bij het uitdelen van Heilige Sacramenten, de kerk uit ging, dan kwam je Vader Arentz tegen die natuurlijk wijselijk de mond hielt!  

Rust was er alleen, als op de zondagmiddag vader en moeder in bed lagen.
De slaapkamer deur was dan uiteraard op slot en wij als kinderen hadden dan vrij spel.
Standaard ging er een wekfles uit de kelder open en eensgezind als we dan waren, kreeg ieder een deel van de inhoud.
Om 14.30 uur was het kerkelijk lof in Terborg en als de Pa en Ma in bed lagen vergaten ze dit nog wel eens.
We hielden dan ons stil, maar het lawaai dat we produceerden na half 3, zorgde ervoor dat we dan naar het lof van 15,30 uur in Silvolde konden!
Deze kerkdiensten waren een van de acties waar wij als kinderen de handen ineen sloegen.

Over het algemeen waren de meisjes de klokkenluiders.
In die tijd begrepen we ook nooit waarom achter het gordijn, in de slaapkamer van die met bloed besmeurde doeken lagen!
Ook bij navraag leverde dit nooit resultaat op, maar het moest iets van de meisjes of misschien wel van ons moeders zijn.
De dorps idioten, Jacob en Salomon Spier heb ik eens flink uitgescholden voor stelletje kreupelen!
Dat heb ik dan ook geweten.  Uiteraard ben ik door de meisjes "" verraden"" en voor mijn gevoel van nu ben ik door mijn moeder letterlijk afgerost!
Eigenlijk ook wel terecht, gezien de opmerkingen aan het adres van iemand die met krukken liep!

Ik herinner mij nog dat de ouderen van ons gezin wilden zwemmen.
Aangekomen bij het Slootermeer in Etten, liet ik mij zo in het water vallen zonder dat ik de zwemkunst machtig was.
Omstanders zorgden er dan wel voor dat je uit het water kwam.
Maar dan als je thuis kwam en dit verhaal uit alle onschuld gewoon vertelde!
Het huis was dan letterlijk te klein en zelf was je van geen kwaad bewust!  Zo groeiden wij op in deze levensfase temidden van armoede en discipline.

Nog steeds draai ik mijn hoofd naar het huis toe als ik er langs kom. Wat zou het fijn zijn om nog een keer door het huis te dwalen en je in te leven in de ruimten van vroeger.

Deze wens is inmiddels uitgekomen en in 2008 hebben we alsnog als groep de woning die inmiddels te koop staat kunnen bezichtigen.

Dit was een waar verhaal want de schrijver heeft hier zelf aan mee gewerkt en hier zelf gewoond.

Een van de 8 kinderen van Annie en Gert. 

laatst gewijzigd 30-08-2009

gert arentz.