”Carpe Diem.”   ”De Heen en Weer.”    ”Het Arentznest.
                           

Mijn ouderlijk huis                                                            Ons Ouderlijk Huis.

Op de 1e verdieping ziet u de slaapkamer waar ik ben geboren.
Het was indertijd  een dubbel woonhuis aan de Silvoldseweg nummer 77 en 79  in het kleine stadje Terborg.
Het stond aan de Silvoldseweg tussen Terborg en Silvolde, en dat betekende dat wij als kinderen ons in beide plaatsen konden ontwikkelen. 

Onze buren waren aan de linkerzijde transportbedrijf  en kolenhandelaar Willie Wissink later overgaan op Jopie Wissink. 
Ze reden met vrachtwagens van het merk Scania Vabis, hadden een hond Wallie en een moestuin met aardbeien.
Voor ik naar bed ging kon ik stiekum in het donker het brood smeren met de aardbeien van Wissink voor de andere dag. 
Bennie de jongste van het gezin, en daardoor ietwat rebels vond altijd dat hij hier overheen mocht plassen!
Achter ons woonden de familie Terhorst, in de volksmond ook wel genoemd "" Hanne Taat""  voor ons de familie Lavalije en de Familie Smeets.
Aan de rechterzijde vanaf de weg gezien, woonden de familie  Ari Meurs die een bloemenkwekersbedrijf runden.
Aan de overzijde van de Silvoldseweg, recht tegenover ons woonden de Fam. Piet ten Have - Smits.  
De beste man runde een fietsenzaak op het St. Jorisplein en Mevr. Smits had aan huis een wol en breiwinkel genaamd Femia.
De vader van Femia Smits woonde enkele huizen verderop, en deze al op leeftijd zijnde man, had een Perzikenboom.
Getipt door mijn jeugvriend Marcel Smeets kwamen we er achter dat die wel erg lekker waren!!
Aan de Linkerzijde van het pad naar ons huis had je electrabedrijf/winkel Kolkman waar de bekende Terborgenaar Jantje Karsten nog wel eens kwam. 
Deze zaak was later weer in handen van installatiebedrijf Coerman die heden tendage aan de Akkermansweide huist.

Wat was het voor huis?
Het huis is gebouwd in 1914, en bestond uit drie voordeuren, twee aan de voorkant en een aan de linker zijkant.
Aanvankelijk was het huis tradioneel metselwerk maar door de vele vochtplekken in huis is besloten het huis met zijn een steens muur een schildersbeurt te geven waardoor het een wit uiterlijk kreeg.

Achter de voordeur  met zijn koperen trekbel kwam je uit in een Pateufeltje. ( de tegenwoordige hal )
Het vochtige halletje op numer 79  is nog gebruikt als slaapplaats voor de allerkleinsten.
Aan beide zijden dus op nummer 77 en 79 zat een kelder voor de opslag van aardappelen, wekflessen, vlees, zuurkool en fruit.

Het is en was altijd bewoond door minimaal 2 en in tijden van grote woningnood zelfs 3 gezinnen.
Het had twee verdiepingstrappen, en de verdieping was flexibel in te richten door al zijn hardboard wanden.
Het had 6 slaapkamers op de meest vreemde plaatsen, en plateaus.
Door zijn indeling en vormen zaten er veel verborgen ruimten. Veel knieschotten, luiken, gangetjes en vooral veel enge zolders.
Op die 1e verdieping aan de achterzijde is ooit een buitendeur gecre-eerd  om op een soort van balkon te kunnen komen.

Het huis was aan drie zijden omgeven door een tuin. De moestuin bevond zich aan de rechter zijde van nummer 79.
Hier door hadden we zelf genoeg appels, peren en groente uit eigen tuin en konden we ons zelf dus voorzien van de 1e levensbehoefte.  
De voortuin had een gras gazon en deze moest met de heggeschaar ( bij gebrek aan beter ) onderhouden worden.

In de winter hadden we zelfs een aardappelenkoel zoals we dat noemden. Dit was een vorstvrije buitenverblijf voor de aardappels en winterwortels.
Het had een grote voortuin en aan de achterzijde een aanbouw met varkensverblijven.
Aan de achterzijde was dan ook de stinkende ""mestvaalt"" waar je in kon plassen en waar menige haan of kip onthoofd werd.
Deze varkensmest ging in het voorjaar in de sleuven van de omgespitte moestuin.
Als er dus een kip of haan geslacht moest worden gebeurde dit dan ook op het hakblok tussen de stront!
Als de kop er af was mocht hij of zij nog enkele meters afleggen of  rondrennen in de moestuin onder toezicht van enkele lachende kinderen.
Een kippenren is niets bijzonders, maar het nachthok waar de kippen op "" stok "" gingen was het chassis van een oud legervoertuig uit de 2e wereldoorlog.
Het stond op de hoek van het  weiland of erfgrens van Meurs en het pad naar Hanne Taat

De moestuin was altijd perfect onderhouden door ons vader, het was met een ligusterheg afgescheiden van de Fam. Meurs en de familie Smeets.
Met koude voorjaarsdagen leenden we bloempotten van tuiniers bedrijf v/d Gevel aan de Silvoldseweg, om onze jonge groente aanplanting af te dekken.
 

Aangesloten op het riool was het pand niet, waarschijnlijk omdat het een 50 tal meters van de doorgaande weg af lag en het alom gebruikelijk was indertijd om zelf een zinkput te hebben.
Water uit de kraan verdween in mijn jeugdjaren in het geutegat, ook wel genoemd het suttergat, deze bevloeide dan de achtertuin. 
De afvoeren van de toiletten of de houten plee, kwamen uit in diverse zinkputten die door mijn vader indien weer nodig gegraven werden.
Dit was best een specialistisch werk en de diepte bedroeg vaak enkele meters. 
Het begon met takkenbossen voor de doorlatendheid, en eindigde met verstevigde wanden van stenen voor  een betonnen dekselplaat.
Zat een zinkput vol, was dit een mooie gelegenheid om het op te vullen met de vuilnis en overbodige gebruikers goederen.
Tijdens het leegmaken van een zinkput met de beruchte aaltschep, ben ik als kleuter voorover in een grote teil met sop gevallen die bij de achterdeur stond.
De paniek was te begrijpen toen ik plotseling van de aardbodem was verdwenen.
Na inspectie van de zinkput kwam mijn moeder op het idee van de waterteil, en inderdaad schijn ik daar al in stilstaand waswater te hebben gelegen!


Na de huurperiode is in mijn kindertijd is het huis gekocht door mijn ouders van ene Rabeling wonende aan het Terborgseveld.
De aankoopprijs is toendertijd bepaald op 5.000 duizend gulden.
Nadien heeft mijn moeder als een echte bedrijfsleider altijd bepaald wie er als tweede of zelfs 3e bewoner gebruik van kon maken.

In mijn kindertijd waren de buren op nummer 77  twee oude dames ( moeder en dochter ) van ergens in de zeventig en honderd jaar! 
In mijn gedachten heette de buurvrouw “Jeneverke”. Zij zal ongetwijfeld de naam van mijn moeder hebben gekregen!
Als kind wisten we niet beter dat ze zo heette.
De ware achternaam was Mevr. Ter Horst en geen familie van de fam. Terhorst die achter ons woonde. ( Zij woonde later boven het postkantoor )
De moeder van Jeneverke kreeg door de toenmalige harmonie Wisch in de voortuin een serenade i.v.m. haar
Honderdjarige leeftijd.
Zelf stond ik op gepaste wijze verdekt opgesteld dit gade te slaan.

Mijn moeder en Jeneverke leefden altijd op gespannen voet, getuige de opdracht die we als kind kregen om op de muren te bonken.
Later herhaalde de situatie zich van het "" treiteren"" omdat Annie en Boy ( Bennie en de jongste broer van ons moeder) Kuiper er kwamen wonen.
Zij woonden inmiddels aan de rechter zijde, en dat maakte het mogelijk dat wij als kind dan weer op de zolder van hun slaapkamer moesten bonken met de al overbodige en
aanwezige muziek instrumenten van vader!
Het waren potdeksels, een oude trommel, en versleten samba ballen.
Als oud drummer van het tweemans orkest Lowentaal waar de foto,s  van zijn verdwenen was dit onze enige herinnering aan zijn muziek verleden.

Als kind herinner ik mij nog de aanblik, waarop vader de hele versleten mikmak probeerde op zijn fiets te pakken, de grote trom op de drager voor dat hij weer vertrok in zijn zwarte pak voor een avondje optreden of feesten in de regio.

Aan de Idioterie van pesten naar de buren, lieten wij ons als kind ons natuurlijk gebruiken.
Ik vraag mij heden ten dage nog steeds af van waarom toch allemaal, en waarom moeten kinderen tegen volwassenen uitgespeeld worden.
De toenmalige woningnood met zijn grote gezins aantallen is er zeker debet aangeweest. 
Nu na 60 jaren later blijkt, dat ons Moeders indertijd gelijk had, de bewoners van toen die ook nog familie waren, staan nu bekend als de ""lijkenpikkers"" van de familie!
Op het sterfbed van Ome Gerrit de eeuwige vrijgezel in het bijzijn van de notaris een handtekening afdwingen in het bejaarden tehuis is voor mij onbegrijpelijk. 
Soms is het beter om het verleden te laten rusten en hier niet verder over uit te weiden. 
Er zijn zaken die je in het graf meeneemt omdat het te bizar is om door te vertellen, het heeft immers geen enkele toegevoegde waarde.
Ome Gerrit de eeuwige vrijgezel maakte deel uit van de behuizing, en zijn slaapkamer boven de keuken was in een latere tijdsperiode  mijn eigen slaapkamer.
Het had een uitzicht naar de moestuin en het raam is vaak midden in de nacht gebruikt als ingang.
Het dakkapel kwam uit bij de aangebouwde garage en in oorlogstijd heeft ons vader zich hier nog verstopt voor de Duitse invallers.
Gerrit  was de man met de muzikale noot van de familie. Het accordeon virus hebben we misschien aan hem te danken.
Als er een varken geslacht werd dan pakte Gerrit de accordeon om niet het geschreeuw te hoven horen, terwijl ik dan onder het bed lag van angst.
Maar deze beste man moest verkassen, voor ons als kind om onduidelijke redenen of omstandigheden naar een ander familielid.

De meeste jaren versleten we aan de ""Silvoldse kant"" van het pand.
Bij de achterdeur lag ook een eikenhouten regenton met een hond er in. Maar dit was maar van korte duur.
Hij moest immers zijn staat van dienst beeindigen bij het "" Waterschap"" 
De keeshond genaam Robbie die mijn oudste zuster als bediening in de huishouding vanuit Duthler in Varsseveld meebracht heeft hier nog het langst gefunctioneerd.
Toen ik  volwassen dreigde te worden begreep ik ook plots de boodschap van de term ""waterschap"" wij als kinderen namen het hem niet in dank af.

Zelf sliep ik met bruur Willem aan de Silvoldsekant met een provisorisch dakkapel, en dus met uitzicht op de moestuin.
Op de vloer hadden we  zoals toen gebruikelijk zeil liggen. 
De zachtboard plafonds waren door ons moeder met  behulp van een van de kinderen behangen, omdat dit het enige middel was om de talloze bruine schoorsteen lekkages te maskeren.
Het horizontaal behangen van plafonds moet een hele klus geweest zijn.

Op een nacht werden we alle twee gelijk wakker van de muizen die vrij spel hadden in het pand.
Met de zwabber die op de overloop stond, was het plots een hels kabaal om de arme beestjes te verpletteren.
We sloegen er op los, en het hele huis was dan ook meteen wakker!
Als bruur Willem moest plassen deed hij dat door de buitendeur van de achterse slaapkamer kamer te openen, en pieste dan zo naar buiten kletterend op het dak.
Als ik hem dan trappeerde, vertelde hij doodleuk dat hij naar de maan zat te kijken.  
Het was gebruikelijk dat er een emmer stond ergens bij de meisjes, om hen de lange reis naar het toilet te besparen.
Dat leverde vaak komische taferelen op omdat niemand deze emmer wilde ledigen.

Mijn moeder was creatief in het bedenken van woonruimte.
Als ze van gedachten veranderde over haar inzichten over de woonruimte, dan verhuisden we doodleuk naar no. 77 en omgekeerd weer naar no. 79.
Zo hebben Joep Nas en Annie Rabelink, toen nog gebruik makend van de zij-ingang aan de zijde van het pad gewoond.
Frans van Leuteren en tante Inie hebben er als familie gewoond, en in een latere fase een Chauffeur van Transportbedrijf Wissink.
Deze bewoners waren Dinie en Henk Verhallen. Dinie was dan weer een zuster van Annie Wissink, de buurvrouw van het transportbedrijf Wissink .
Mijn vader noemde hem steevast “”Steal””
Ook hier ging de samenwerking niet bepaald vlekkeloos. Vaak volgde er een uitspraak van de huurcommissie die zich moest buigen over de hoogte van de huur.  
Door de geringe geluidsisolatie waren we vaak getuigen van luide en oorverdorende ruzie,s van de inwonende partijen.

Een erf afscheiding aan de zijgevel was eigenlijk niet nodig, toch moest er een komen!
De vrachtwagens gingen te dicht langs ons huis op, het huis schudde op zijn grondvesten en dus moest er een hek van gaas komen.
Ik betwijfel ten zeerste of dit het idee van mijn vader was!
In een later stadia is het hekwerk van ""gaas""vervangen door eikenhouten schorsdelen.
Maar al snel wist mijn broer Wim met de  blauwe Ford Taunus van zijn verloofde Ria, zijn macho gedrag uit te buiten, en reed de planken aan gort! 

De rechterburen waren de Fam. Meurs en deze bewoners die in de 2e wereld oorlog ""fout waren"" hadden als bijverdienste allerlei bloemenkassen aan huis.
Het toppunt van buren ruzie was en is nog steeds de confrontatie met “”die Rooie”” Annie Meurs.
Tot bloedens toe werden de onderlinge vete, s hier uitgevochten en de politie moest er soms aan te pas komen!
Eenmaal sloeg ""rooie annie"" mijn moeder met de hark op het hoofd!
De toestand was schijnbaar zo alamerend dat Broer Theo de dienstdoende agent aanhield, die op de Silvoldseweg voor een passerende begrafenis uit moest lopen.
Deze was hier uiteraard niet van gediend en stuurde hem door naar het bureau.
Hoe konden wij als kind weten dat door het  fout zijn in de 2e wereldoorloog de onderliggende verhoudingen zolang verstoord zouden zijn.

Ook een van de vele aanleidingen hiertoe is o.a. geweest, dat onze witte pauwstaart sierduiven zich te goed deden aan de landerijen van de Fam. Meurs.
Door met vergif te strooien zijn onze duiven dan ook vergiftigd.
De sierduiven die al begraven waren heb ik nog weer moeten opgraven onder toezicht van de plaatselijke politie, om aan het bewijs te kunnen voldoen.  

Ook de buren aan de voorzijde vielen niet altijd in goede aarde.
Zo herinner ik mij de lichamelijke vechtpartij met Mevr.Lavalije en mijn broer Willem op ons grindpad. Ze rolden samen door het grind van onze voortuin.
Deze familie was niet bepaald geliefd in de buurt, leefden opzich zelf en hadden in die tijd een vernederende blik over ons.
De achterburen waren de Fam.Taat.  De echte Terborgenaren kennen hun van de bijnaam Hanne Taat.
Dit gezin met Hanne zelf, 3 jongens en 1 meisje huisden in een woning die we nu heden ten dage als garage zouden gebruiken.
Dit huis had zelfs nog een heuse pomp in de keuken voor het drinkwater.

Hanne was zeker niet moeders mooiste! Hanne rookte pijp en was voor ons als kinderen dan ook ongekend.
De namen van de kinderen zijn alleen bij de schrijver en de ingewijden bekend, ook al uit respect voor het nageslacht.
De dochter ging in die omschreven periode trouwen met ene Ged van Til.
De bruiloft werd thuis met veel kabaal gevierd, maar de volgende nacht was er nog meer kabaal.
Ged probeerde bij dochterlief in bed ""aan te schuiven"" maar dat feest ging mooi niet door.
Hanne zette hem op dat moment de deur uit met luide scheldpartijen als vuile viezerik, en wat denk ie wel neet um bij mien dochter in  bed te kroepen!!
Voor ons als toehoorders waren dat gouden tijden en om het te kunnen volgen offerden wij graag onze nachtrust er voor op!
Uitspraken als Jan Pokkel zal ik ook nooit meer vergeten. 
Als kind waren dat echte belevenissen, en het liefst ging ik dan soldaatje spelen en verkleed als soldaat achter een ligusterheg  liggen, met uitspraken van kom de keet is uut.
De eerlijkheid dient vermeld te worden dat deze familie vaak werd uitgedaagd door b.v. appels en vuurwerk op hun dak te gooien.  ( alleen bruur Theo kon zo ver gooien )
Aan het eind van het jaar het vuurwerk onder haar raam af steken is natuurlijk als kwajongen een droom..
De wederopbouw, en verstoorde relaties  in de jaren ,50 hebben voor menige familie onuitwisbare sporen achtergelaten.
Verbale ruzie in de jaren na de 2e wereldoorlog was in die tijd dus schering en inslag.

De enige contacten die wij als kind hadden was met de fam. Smeets, waar onze moestuin aan begrensde.
Ik heb sterk het vermoeden dat de erfafscheiding middels bloembakken, meerdere malen is verplaatst in de door mijn Vader voordelige richting.
 

Als er woonruimte nodig was voor een van haar kinderen, dan werd vrolijk de huur opgezegd van de toenmalige bewoners, en kwam er doodleuk iemand anders te wonen.
Zo hebben ook Annie Brus en Henk Bouwman, en daarna Mimi en Berend Hubers en Henk Stoltenborg van deze regeling geprofiteerd en er gewoond, al ging er aan deze laatste toewijzing heel veel aan vooraf.
Ook Ria en Wim kregen de toezegging om gebruik te maken van de woning.
Echter eenmaal door Ria en Wim met behulp van de familie  opgeknapt, kwam ze dan weer op de toezegging terug omdat de frisse aanblik voor haar te mooi was, en gingen wij er zelf weer in wonen!
En weer was er uiteraard en begrijpelijk een rel geschapen!  

De meeste huizen hadden een mattenkloprek. De zware kokos matten moesten met enige regelmaat uitgeklopt worden maar kon ook gebruikt worden als schommel!

  Mattenkloprek

klik op de foto voor een vergroting. ( de bromfiets op de foto is een Rap Rocky en behoorde aan de schrijver van dit verhaal)

In de tijd dat mijn vader eindelijk zijn rijbewijs had gekregen, ( en dit bij Dikke Toon Bier onder de borrel had uitgelegd aan de plaatselijke politie ) moest elke week het tuinpad aangeharkt worden.
De trotse eigenaar van een lichtblauwe Fiat 600 parkeerde dan zijn mobieltje in de voortuin, maar reed per ongeluk hard tegen de lindeboom aan.
Snel ben ik  naar de buren
gerend om met trots te vertellen dat vader met de auto in de boom wilde klimmen!  
Als het te hard regende legde hij er een kartonnen doos over heen!

De vast aangebouwde berging die later verbouwd zou worden als garage, voor de kanarie gele fiat 850 aan de achterzijde bezat een zolder.
In mijn opgroeiende jeugd heb ik daar dankbaar gebruik van gemaakt om er een duivenhok van te maken. Tientallen duiven zijn hier gehuisvest.

                                                              Mijn duivenhok

                                             klik op de foto voor een vergroting.

Mijn voorliefde voor de duiven is als kind al aangewakkerd door de toenmalige omstandigheden.
In mijn kleuterjaren heb ik eens alle duiven van mijn oudere broers of van de inwonende Ome Gerrit losgelaten.
Laat dat nu net niet de bedoeling te zijn geweest!
Deze sport heeft mij altijd het gehele zakgeld gekost, maar door de creatieve manier van bouwen en aanschaffen van de duiven kon ik het toch in de hand houden.
Ik kreeg b.v. duiven van Hent Hubers uit Didam, de schoonvader van broer Willem.
Uit de Rozenstraat kreeg ik eens goede duiven van de vader van mijn collega Geert Wensink deze beste man moest toen door zijn gezondheid, gedwongen stoppen met de duivensport.
Met mijn muziek maatje Gerard Egberts van de ""St. George"" uit de Acerstraat haalden we duiven uit de kerktoren, hij was immers misdienaar en wist precies de weg en de manier hoe je ongestoord in de kerktoren kon komen.
We ruilden de  duiven ook onderling, en als eenmalige uitschieter heb ik ze zelfs met hem uit een hok aan de Walstraat gehaald!

Veel van de duiven verdwenen vaak na de gewenningsperiode, als sneeuw voor de zon.   
Om de aanwas van jonge duiven te beperken was het gebruikelijk om samen met broer Bennie de eieren tegen de muur te gooien.
Toen ik er langzaam  genoeg van had probeerde ik de hobby te slijten aan mijn opvolger Bennie, Ik betaalde dan het voer en bennie zou het werk doen.
Ook dat bleek geen oplossing te zijn omdat de taken door "" Berend"" niet werden uitgevoerd.  
Sterker nog, de duiven die kwalitafief geen toekomst hadden werden door mij persoonlijk afgemaakt middels onthoofding op het hakblok.
Maar hier werd een stokje voorgestoken omdat diezelfde Berend dit weer zielig vond en mij verrade had bij ons moeder.
Zij was het er niet mee eens dus moest het maar stiekum gebeuren.
Uiteindelijk was de drang naar andere bezigheden groter, en langzaam kwamen er andere hobby,s voor in de plaats. 

We hadden b.v. eenden aan de zijkant van het huis in een ren zitten. Hier zat ook een mini vijver bij.
Maar inherent aan eenden, water en varkens is dat er dan automatisch ratten zijn.
Als de eenden zaten te broeden dan waren de ratten zo brutaal dat ze de eieren onder de broedende eend uit haalden. 
Maar ook hier hadden we een oplossing voor.
Alle gaten in de grond lieten we vol water lopen, en als de ratten er op het laatst uit moesten om de verdrinksdood te vermijden, konden ze alleen maar een leeg varkenshok in.
Hier hadden we de fox hond van Wolfsheumer ingeposteerd.  Een waar volks feest was er dan gaande!

Edje met zijn duiven.

klik op de foto voor een vergroting.

Door mijn vakgebied als timmerman bij de Gebroeders Ged en Wim Jansen van de Rijksweg, had ik als eerste het genoegen om een slaapkamer te hebben met een deur die op slot kon!
Dat had wat te betekenen! Iets op slot doen was niet gebruikelijk in die tijd.
Omdat ik schijnbaar nog al handig was in die dagen, moest ik mijn vakkennis vaak te gelde maken.
Met schamele middelen als hardboard en panlatten mocht ik een heuse douche bouwen op de plaats van de houten Plee.
De oude houten Plee was daardoor gesloopt, en een heuse witte toiletpot zonder enige vorm van doortrekken is aan de andere zijde van de ""deel"" gebouwd!  
Niemand van de meisjes durfde in de nacht hiervan gebruik te maken, al was het maar om de grote afstanden die je moest overbruggen.
Maar ging er maar niet in met de zondagse kleren, want dan waren die door de witkalk ook wit!
De kolenhaard in de woonkamer werd vervangen door een oliehaard en langzaam diende zich de ""vooruitgang"" aan.
Er kwam een nieuw raamkozijn aan de voorzijde en aan de linker zijde, het huis had een echte manager die mijn moeder was!
Zij zorgde voor de intiatieven, veranderingen en verbeteringen.
De beide woonkamers werden aan elkaar getrokken door middel van een gemetselde boog van liliput stenen.
Aan de linkerzijde op de begane grond is een douch gemaakt in de slaapkamer, ook hier heb ik geslapen. Je kon wakker liggen van de stationair draaiende vrachtwagens van de buren.

Omdat ik op dat moment op de ambachtschool zat kon ik mijn vakkenis te gelde maken.
De binnendeuren en zelfs de voordeur, waar heden iedereen jaloers op zou zijn werden betimmerd met hardboard. 
Een roestig olievat aan de zijgevel was gebruikelijk indertijd en menigmaal sloeg de kachel op hol, hij was dan niet meer in toom te houden terwijl de vlammen brulden van plezier.
Zelf mocht ik dan komen opdraven om de oliekraan dicht te draaien omdat niemand anders van het gezin dat durfde.

Heb nog vaak na gedacht over wat er allemaal in de grond begraven kon zijn.
Alles maar dan ook alles wat overbodig was ging in die tijd de  grond in.
De t.v. antenne had mijn vader in de regenpijp naast de voordeur laten zakken.  
Dat was wel lekker gemakkelijk als hij voor de juiste ontvangst gedraaid moest worden!
Als er weer eens slecht beeld was op de TV met zijn 2 Hollandse en 2 Duitse zenders, en iemand de fiets tegen de regenpijp had staan dan moest Bennie de fiets wegzetten want dat verstoorde het beeld.
En telkens trapte hij er weer in! 

Maar een voor een gingen de kinderen wel of niet met plezier het huis uit.
Eerst Theo, daarna Mimi die later weer met de kleine Marcel en ""Beernd de Snor""terug kwam, dan Wim met wel enorm veel plezier.
Zelf was ik in januari 1970 blij met de aangeboden flat in Doetinchem, je wilde dolgraag op eigen benen staan.  
Het voelde als een vlucht naar de vrijheid, maar ook Annie  volgde al snel het eerdere voorbeeld.
Alleen Bennie Agnes en Trees hebben dit hele schouwspel tot aan het eind meegemaakt en vol moeten houden.
Oom Ged de vrijgezelle broer van mijn moeder die ons heeft aangestoken met het accordeon virus, had lang onderdak genoten bij ons moeder, maar moest een nieuwe behuizing zoeken.
Het ""Arentznest"" leverde 22 duizend gulden op.
Trees, Agnes en Bennie gingen mee met de inboedel naar de Cristinastraat in Silvolde, alwaar mijn moeder een nieuwe start dacht te maken.  

Nu als ik in de auto zit van Terborg naar Silvolde, kijk ik nog vaak naar links.
Het was zo slecht nog niet!
Een rijke jeugd met achteraf prachtige herinneringen laat ik in Terborg achter.  

Geschreven door en opgedragen aan alle broers en zusters, neven en nichten en overige familieleden.  
Gert Arentz.

ik wacht met spanning op een reactie via het gastenboek, aanvullingen zijn meer dan welkom!
Het verhaal is geschreven met de gevoelens van toen, en moet dan ook in het licht gezien worden van de armoede met zijn ontwikkelingen na de 2e wereldoorlog.
Het is zeker niet de bedoeling om mensen of personen te kwetsen maar om de gevoelens van het kind zijn in een groot gezin te bewaren.
Vragen waren er ook van lezers om namen te verwijderen. Ik heb hier lang over nagedacht maar het verhaal verliest zijn indentiteit als ik hier aan toegeef.
Toch zijn vele namen geschrapt op aandringen van enkele overlevenden.
Wel heb ik enkele opmerkingen verwijderd omdat ze als kwetsend ervaren kunnen worden wat nooit de bedoeling kan zijn.
Nogmaals het is niet de bedoeling om iemand  of familie,s in diskredit te brengen.
We hadden allemaal dezelfde inzet en bedoeling, het was overleven in een tijd van armoede in de opbouwjaren van na de 2e wereldoorlog.

laatst gewijzigd 10-02-2015