Om een en ander levendig te houden, en om het niet te vergeten hou ik bijzondere spreuken bij.

Ook de echt Hollandse spreuken zijn nog steeds welkom. mocht je er een weten laten het achter in het gastenboek.

01  Datgene waar je in het begin opvalt, is de munitie waar je later mee gaat schieten.

02  Het hebben van de zaak is het einde van het vermaak.

03  Gedraag je als een vis in het water, zwem in het rond en houd je snater. 

04  Er zijn twee manieren om iets te doen, mijn manier en de foute manier.

05  Weerberichten: je kunt er nooit  zeker van zijn dat ze fout zijn.

06  Kun je niet pissen met  beleid, ga dan zitten als een meid.

07  Het is mooi om oud te worden, niet om te zijn.

08  Je moet weten wat je zegt, en zeggen wat je weet.

09  Wie zijn verstand niet gebruikt moet zijn benen gebruiken.

10  De morgenstond heeft goud in de mond.

11  Oost West, thuis best.

12  Wat de boer niet kent dat vreet hij niet.

13  Jong geleerd, oud gedaan.

14  Beter een vogel in de hand dan tien in de pan.

15  Op ieder knoetje past wel een hoedje

16  Hoge bomen vangen veel wind

17  Als het niet kan zo als het moet dan moet het maar zo als het kan.

18  Weer een profeet die brood eet.

19  Geld maakt niet gelukkig

20  Het komt zo als het komt

21  De domste boer heeft de dikste aardappel

22  Van hard werken gaat niemand dood

23  Bij de grootste vuillakken groeien de rozen op de schoenen

24  Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd

25  Het is nog nooit zo donker geweest of het wordt weer licht

26  Het land waar het leven goed is

27  Wie oogst zal zaaien

28  Er is geen wolk zo donker of hij heeft wel een zilveren randje

29  Al te goed is buurmans gek

30  Je hoeft geen eikel te zijn om aan de boom te hangen

31  Opruimen kost minder tijd dan te zoeken

32  Leef om te leven niet om te werken

33  Van de regen in de drup komen

34  Een zwaluw maakt nog geen zomer

35  Met de hoed in de hand komt men door het ganse land

36  De tijd heelt alle wonden

37  Gij zijt zo slim als een mens

38  Ons kent ons

39  Hoe meer je weet, hoe minder je weet

40  Achter het net vissen

41 Wat v. wijnen u biedt koopt u in de winkel niet

42  Haastige spoed is zelden goed.

43  Een bos hout voor de deur hebben.

44  Het zwarte garen niet uitgevonden te hebben.

45  Je kunt beter niet tegen de wind in zeiken.

46  Als je geen boom meer ziet, ben je uit het bos.                                                                 

47  Is Oktober nat en koel, wordt de winter zacht en zwoel.                                                  

48  Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn.                                              

49  Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt snel en koud.                                          

50  Houd de boom de bladeren lang, wees dan voor een lange winter bang.                                         

51  Als de bomen zich ontkleden, gaan de mensen zich meer kleden.                                   

52  Tot het vallen van het  blad, geuren doet het duizendblad.                                         

53  Oktober met veel regendrang, maakt de sterke man nog krank.                               

54  Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.                         

55  Zo oktober zo ook maart, dat heeft zich immer wel bewaard.                               

56  Verdwijnt de boer van de akker, dan worden hond en jager wakker.                            

57  Wie veel noten kan klippelen, zal nog van kou gaan trippelen.                                

58  Worden de bladeren geel en krom, kijk dan maar naar de kachel om.                          

59  Zoals de weersheilige het eind oktober heeft gedaan, zo zal Allerheiligen ermee verder gaan.

60 De aal kruipt graag waar het gat het nauwst is.

61 Aken en Keulen zijn niet in een dag gebouwd.

62 Die veel ambachten tegelijk leert, leert er zelden een goed.

63 Geen antwoord is ook een antwoord.!

64 Er zijn apostelen en martelaren.

65 Een Appelboom kan geen peren voortbrengen.

66 Beter kleine baas dan grote knecht zijn.

67 Wie zijn bed verkoopt moet op stenen slapen.

68 Als de berg niet tot Mohammed wil komen, moet Mohammed naar de berg gaan.

69 In het land van de blinden is eenoog koning.

70 Er is geen enkele kok die zijn eigen eten afkeurt.

71 Eigen bochel ziet men niet, wel van een ander.

72  Het boek van het leven heeft soms duistere passages.

73 Je moet met een boor kunnen zagen en met een zaag kunnen  boren.

74  Om hoog te bouwen moet men laag beginnen.

75 Brandnetels kunnen geen lelies voortbrengen.

76 wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

77 De broodkorf hoog hangen.

78 Buffels vangen geen vossen.

79 Wie zijn buik vol heeft meent ook dat de anderen zat zijn.

80 Iemand burgermeester van een afgebrand dorp maken.

81 De langste dag heeft ook een avond.

82 Als het regent dan regent het op alle daken.

83 Die slapen onder de zelfde deken, krijgen de zelfde streken.

84 veeg eerst voor je eigen deur,en dan voor die van de buurman.

85 De gebraden duiven vliegen je niet in de mond.

86 Als de duivel oud wordt leert hij bidden.

87 Kakelen kan iedereen maar niet eieren leggen.

88 Wie zich doodwerkt wordt onder de galg begraven.

89 Geld zoekt Geld.

90 Geluk en ongeluk wonen onder een dak.

91 Twee hanen in een hok geeft veel gekakel en weinig eieren.

92 Hardlopers zijn doodlopers.

93 Onze lieve heer heeft rare kostgangers.

94 Als het hek van de dam is, lopen de koeien de wei uit.

95 wie naar de hemel spuwt, spuwt in zijn eigen aangezicht.

96 Wat mij niet jeukt dat krab ik niet.

97 oude katten lusten ook melk.

98 Wie de kelk in de hand heeft, zegent zich het best.

99 Wie niet kan braden moet uit de keuken blijven.

100 wie maar een klok hoort, hoort maar een toon!

101 een goede kok sterft niet  voor de  kombuis.

102 Van liefde rookt de schoorsteen niet.

103  Onder mantel en kleed zit er veel dat men niet weet.

104 Wie niet oud wil worden moet zich jong ophangen.

105 Strooi geen rozen voor de varkens.

106 Als het water iemand in de mond stroomt, leert hij zwemmen.

107 buij ie doof aan 1 oor leg dan de kop  anders op het  spoor ( van henk van Praggel )

108  Een buigzame wilg overleefd elke storm, de stugge eik vaak niet!

Laatst gewijzigd 26-08-2009